Dinsdag 16 januari 2018

10 opmerkingen bij advies Raad voor Cultuur

Willem van Zeeland, Eindredacteur VPRO 3voor12, heeft op zijn weblog een interessant artikel geschreven over het omroepadvies van de Raad voor Cultuur. Hij heeft Broadcast Magazine toestemming gegeven dit over te nemen.

Wel tekent hij aan het verhaal op persoonlijke titel te hebben geschreven.

De Raad voor Cutuur adviseert over de toekomst van de Publieke Omroep in het rapport De Tijd Staat Open. Het is ingewikkelde materie en ik heb hier geen sluitend antwoord op de vraag hoe de Publieke Omroep in de toekomst georganiseerd moet worden. Maar ik ben zo vrij een aantal opmerkingen te maken.

1. De commissie van wijze mannen en vrouwen

Het is een gebruikelijke bestuurlijke reflex in Nederland. Er is een probleem waar je niet uitkomt en dus benoem je een commissie van wijze mannen en vrouwen. Hier was het probleem het formuleren van een toekomst voor de Publieke Omroep in een veranderend medialandschap. Niet voor nu, maar voor de periode na 2020. Dan is een generatie volwassen die opgegroeid is in een tijd dat YouTube de meest dominante video-distributeur ter wereld is. Om een mediatoekomst voor die mensen te bedenken wordt in 2014 een commissie van wijze mannen en vrouwen bijeengeroepen om daar eens diep over na te denken. Het jongste commissielid is 51 jaar. Dit is geen grap, het is een serieuze poging.

2. Efficiënter

De commissie pleit voor een efficiëntere Publieke Omroep en komt vervolgens met een organisatiestructuur die deze efficiency niet waarborgt. Naast de zendermanagers worden bij NPO hoofdredacteuren per thema benoemd. Zij moeten zaken gaan doen met de omroepen en met mediabedrijven. De NPO wordt geacht een contract af te sluiten met de samenleving. De omroepen worden eens in de vijf jaar bezocht door visitatiecommissies. Meer bestuurders dus, meer commissies, meer papierwerk en meer gesprekken met meer partners. En een “contract met de samenleving” klinkt goed, maar is in de praktijk natuurlijk helemaal niet mogelijk.

3. Netwerkorganisatie

De NPO moet een netwerkorganisatie worden. Maar wat een netwerkorganisatie is, wordt nergens uitgelegd. De Rotary Club is een netwerkorganisatie en het studentencorps. Ik neem aan dat de NPO niet wordt geacht daar op te gaan lijken. Eigenlijk zijn de omroepen juist bij uitstek netwerkorganisaties. Ze werken samen met allerlei partijen uit de samenleving, hebben een achterban met in totaal 3,5 miljoen leden en bereiken een gigantisch publiek via social media. Toch wordt de NPO geacht beter in staat te zijn een netwerkorganisatie te worden. Een concreet plan met betrekking tot hoe men dit denkt te realiseren ontbreekt.

4. YouTube

YouTube heeft de mediawereld ingrijpend veranderd. De Publieke Omroep heeft nog altijd geen goed antwoord op YouTube. Steeds meer video content vindt via YouTube een groter publiek dan via lineaire televisie. Materiaal van de Publieke Omroep op YouTube zetten, dat zou de snelste, de goedkoopste en de meest effectieve manier zijn om Nederlandse cultuur te promoten in het buitenland. Maar daar wordt niet voor gekozen. De NPO wil zo weinig mogelijk content op YouTube en zoveel mogelijk op npo.nl, achter een geoblock, zodat het niet zichtbaar is in het buitenland. De laatste oekaze van de NPO luidt dat content van de Publieke Omroep op YouTube niet langer mag zijn dan 5 minuten. Maar nu is er een adviescommissie bij de Raad voor Cultuur waarvan je zou hopen dat die heel verstandige dingen zegt over hoe de Publieke Omroep zich moet verhouden tot YouTube. Helaas, de verhouding tot YouTube verdient nadere overweging volgens de commissie. De NPO is die verhouding met YouTube al heel lang nader aan het overwegen en men gaat daar voorlopig dus mee door. We gaan nog eens aan onze nadere overwegingen ten onder. Gemiste kans.

5. Content regisseren op alle platforms

De NPO wil content gaan regisseren op alle platforms, niet alleen de programma’s op de zenders, maar ook de apps en de websites. Hoe moet dat met al die mediabedrijven die nu toegang krijgen tot het bestel? Gaat de NPO hun apps en websites regisseren? Alleen waar het gaat om content die gemaakt is met publiek geld, zal waarschijnlijk het antwoord zijn. Maar hoe zit het dan met content die omroepen produceren en zelf financieren vanuit hun eigen middelen?

6. De scheiding tussen content en platforms

We leven in een tijd waarin iedere burger zijn eigen content kan maken en iedere burger zijn eigen kanaal kan beheren. Het advies gaat uit van een scheiding tussen makers van content (omroepen en mediabedrijven) en de beheerder van de platforms (de NPO). Het zou in deze tijd zinniger zijn om die scheiding los te laten. Dan ontstaat een geheel nieuwe dynamiek, die beter aansluit bij de werkelijkheid van de 21-ste eeuw. Er ontstaat voor de verschillende partijen een nieuwe onderhandelingspositie. Want omroepen kunnen nu hun eigen platforms beginnen, maar misschien vinden ze het toch van belang dat hun content te vinden is op de nationale publieke zenders. En de NPO kan nu zelf content gaan produceren, maar vindt het wellicht toch zinniger om dat in samenwerking met de omroepen te doen. Het staat alle partijen dan ook vrij om te kiezen voor een alleingang, maar daar lijkt niemand op uit en als het toch gebeurt, moeten we het niet uit de weg gaan.

7. Sterfhuisconstructie voor omroepen

Het model dat in dit advies staat is een sterfhuisconstructie voor de omroepen. Hun budget is na deze operatie nog een kwart van wat het in het jaar 2000 was. Ze worden nog verdergaand geknecht door de inhoudelijke richtlijnen van de politiek en de NPO, die ook nog eens het recht krijgt elders te gaan shoppen als het aanbod van de omroepen niet bevalt. Geef de omroepen een sleutelrol, hef ze op of biedt het perspectief van een overgangsperiode naar een nieuwe vorm van bestaan, maar laat ze niet op deze manier in het moeras zakken, een langzame dood tegemoet.

8. Checks and balances

Het rapport heeft uitgebreide checken and balances bedacht, inclusief visitatiecommissies, om het functioneren van de omroepen te monitoren. Maar hoe zit het met het functioneren van de NPO? Nu die zo veel extra macht krijgt toegedicht, is het nog meer van belang om juist dat goed te regelen, maar daar is het advies zeer summier over. Wat gebeurt er als de Raad van Bestuur niet goed functioneert? Of de zendermanagers? Of de hoofdredacteuren? Wie controleert dat? En hoe? En welk instrumentarium is er om fouten te corrigeren? Dat er in zo’n situatie snel geschakeld kan worden lijkt al helemaal onmogelijk.

9. 3FM als voorbeeld

3FM wordt in het rapport genoemd als voorbeeld van een zender die nu al functioneert zoals de commissie dat bij de rest ook graag zou zien.

Het voorgestelde model roept in relatie tot 3FM de volgende vragen op:

– Straks mag de NPO zaken doen met onafhankelijke mediabedrijven, los van de omroepen. Dus kunnen succesvolle programma’s voor zichzelf beginnen. Dj’s als Giel Beelen en Gerard Ekdom zouden bijvoorbeeld een eigen productiemaatschappij kunnen starten. Enkele eenmansbedrijfjes van celebrity-dj’s zouden de meest dominante partijen van zo’n zender kunnen worden. Je ontkomt daar misschien niet aan, maar het is een mogelijk effect waar het rapport niet op reflecteert.

– Festivals en artiesten zullen straks rechtstreeks zaken gaan doen met de zender 3FM om een zo maximaal mogelijk resultaat van hun campagnes te hebben. In de praktijk gebeurt dat nu al. Daar is geen principieel bezwaar tegen, maar het marginaliseert wel de positie van de omroepen en de mediabedrijven. Ook die ontwikkeling komt in het rapport niet aan bod.

– In het rapport wordt gesuggereerd dat de NPO als netwerkorganisatie kan gaan samenwerken met organisatoren van evenementen. Festivals en evenementen regisseren in toenemende mate bij voorkeur hun verslaggeving zelf. Festivals kunnen dus zelf een registratie van hun programma organiseren en dat licenseren aan de NPO. Wat betekent dit voor de onafhankelijke, journalistieke positie van de NPO? En wat betekent het voor de onafhankelijke journalistiek in het algemeen als festivals en culturele evenementen hun verslaggeving steeds meer zelf organiseren en intussen aan andere media steeds meer restricties opleggen waar het de vrije verslaggeving betreft?

10. Waardevolle instituties

De Nederlandse omroepen zijn waardevolle instituties, geworteld in de historische traditie. Het zijn netwerkorganisaties waar grote groepen mensen bij betrokken zijn, organisaties die de afgelopen decennia een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de vormgeving van de Nederlandse samenleving zoals die nu is. In deze tijd van steeds verdergaande versnippering is de traditie, het geheugen en de identiteit van een omroep waardevol, ook al is dat een heel ander soort waarde dan in de verzuilde jaren 50.

De Hongaarse schrijver Gyorgy Konrad schreef: “Mijn levensopvatting is besloten in mijn daden, staat geschreven op mijn gelaat. Op de vraag wat de zin van het leven is, antwoordt iedereen met een opsomming van zijn levensloop.” Voor de culturele identiteit van een land hebben dergelijke instituten zin, net zo goed als politieke partijen, kranten en universiteiten zin hebben. Onderschat niet de waarde van instituten met een door mensen gedragen geschiedenis. In het buitenland ga ik graag naar hotels die al anderhalve eeuw door dezelfde familie gerund worden. Daar heb je er in Nederland te weinig van. En ze zijn zo veel aantrekkelijker dan die hotelflats die om de paar jaar weer in bezit komen van een ander hedgefund. Het is ook niet voor niets dat een van de oudste instituten ter wereld, de katholieke kerk, ondanks alle misstanden die daar zijn, toch in staat is om een van de meest tot verbeelding sprekende leiders van onze tijd voort te brengen: Paus Franciscus I. Een leider bovendien, die in staat is om terug te vallen op de eeuwenoude traditie en het gedachtegoed van niet alleen de hoofdkerk, maar ook bewegingen daarbinnen, zoals de Jezuieten en de Franciscanen.

Waardevolle instituten verbinden ons met de generaties voor ons. Spoel ze niet door de plee, maak geen sterfhuisconstructies. Ruil ze niet in voor een bestuurlijk monster, zonder geheugen, zonder natuurlijke achterban en met onvoldoende controle. Blijf investeren in waardevolle instituties. Niet alleen in omroepen, ook in kranten en uitgeverijen. Lever ze niet te gemakkelijk in voor een bonte stoet vluchtige passanten.

Ik wil niet beweren dat alles bij het oude zou moeten blijven. Het is zeker een zinnige gedachte om in het publieke bestel meer ruimte te bieden aan externe partijen. Maar het zou ook zinnig zijn om omroepen ruimte te bieden zich te ontwikkelen, in plaats van hun positie alleen maar van bovenaf te verzwakken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door omroepen meer ruimte te geven om eigen platforms te exploiteren en eigen inkomsten te genereren. Afbreken gaat veel sneller dan opbouwen.

Bron: Willemvanzeeland.tumblr.com

Bericht delen