Column Bob Rooyens: Matthijs gaat door
Zaterdag 27 februari 2021

Column Bob Rooyens: Matthijs gaat door

Je bedenkt een programmaconcept. Je werkt eraan, schaaft en zoekt naar de juiste balans. De kijkdichtheid en waardering groeit, Het wordt een succes, na een tijdje wordt het routine en na 15 seizoenen, wil je wel weer eens iets anders. Schilders kennen vaak maar één kunstje en herhalen dat in eindeloze varianten.

Enkelingen als Picasso en Rauschenburg, en in de muziek bijvoorbeeld Miles Davis, onttrokken zich daaraan en bleven zich vernieuwen. Bij anderen is kunst hoe geweldig ook, de herhaling in andere vorm van hetzelfde handschrift en categoriseren we dat als stijl en identiteit.

Gil Evans veranderde de klankkleur van een jazz-orkest. Het was overweldigend. De schok van nieuw en verrassend werd door het hergebruik het recept van een herkenbare stijl en identiteit, waarna het samen met hem langzaam wegkringelde als een sliertje rook. Elk succesvol werk, wat het dan ook is, is de concurrent van het vorige en maar zelden wordt dat overstegen en heeft het eeuwigheidswaarde.

Boy en de Duke
Vroeg in de ochtend ergens in 1969 gaat de telefoon: ‘Bob, met Boy (Edgar)…, luister ik ben in het Sahara Hotel in Las Vegas, de Duke (Ellington) speelt hier met zijn band. Ik heb hem gesproken en we mogen vanavond zijn eerste en tweede concert opnemen. Kan je hier vanavond zijn met een cameraploeg?’ ‘Hûh…!?’

Dank zij Ger Lugtenburg, programmaleider bij de AVRO, die altijd wel openstond voor ondernemingen met de geur van kamikaze, zat ik ’s middags om 12 uur, met mijn vaste cameraman Jan Keizer (o.a. The Legendary Concertgebouw Concert met Aretha Franklin) en een geluidsman waarvan ik mij herinner dat hij, voordat hij iets verstond, eerst zijn hoorapparaat moest aanzetten, in een vliegtuig naar New York.

Daar wachten, wachten, overstappen en met dank aan 8 uur tijdsverschil, arriveerden we om een uur of 6 ’s middags bij het Sahara Hotel waar Boy, die ons wilde begroeten, vastzat in de draaideur. We waren redelijk bekaf, maar om 10 uur ’s avonds draaiden we het eerste concert en twee uur later het tweede. Diep in de nacht, (de Duke leefde in een omgekeerd bioritme), liepen we met draaiende camera de suite binnen van de jazzlegende.

Boy, onbegrensde fan en bewonderaar van de Duke, was ‘Himmlisch angehaucht’. Hij plofte neer op het tweepersoonsbed en liet ons weten dat dit het mooiste moment van zijn leven was. In een gesprek met de Duke, vroeg ik hem of het niet frustrerend was om bijvoorbeeld een stuk als Satin Doll altijd maar weer in hetzelfde arrangement te spelen.

Ik liet hem het stuk horen, in een modern arrangement van Boy. Zijn antwoord verraste mij: ‘Als ik dit arrangement zou spelen met mijn band, dan zullen de mensen zeer teleurgesteld zijn. Op mijn versie, hebben verliefden elkaar gevonden, zijn huwelijken gesloten, doden begraven en leven talloze herinneringen. Ik zou dan moeten concurreren met de’ door mijzelf gecreëerde ‘memory that has been hanging over’. Hij was lovend naar Boy, maar achtte zichzelf verplicht om vast te houden aan het oude arrangement.

Matthijs gaat door
Matthijs van Nieuwkerk niet. Die wilde na De Wereld draait door iets anders. Een zeer begrijpelijke, maar geen makkelijke keuze. Matthijs moet concurreren met de ‘herinnering die is blijven hangen’ van DWDD. Bovendien is zijn werkkapitaal zijn personality/creativiteit en zijn gereedschap de taal. Dat verandert niet. Net als bij DWDD is ook bij Matthijs gaat door de zogenaamde ‘inhoud’ het gesprek, de muziek en het ‘leuke ideetje’.

Wat een ‘nieuw’ programma onderscheidend maakt is de vorm. De Amerikaanse architect Louis Sullivan, die gezien wordt als de vader van de Amerikaanse architectuur introduceerde de regel van de 3 F’s: Form Follows Function. Dat leidde tot esthetische wansmaak waar mensen niet gelukkig van werden, zowel wat betreft de architectuur als in gebruiksvoorwerpen. Vorm is alles. Vorm is naam of streepjescode op je schoen en Armani op je kleding. Vorm is de ordening van 12 noten, de stapeling van materialen, de volgorde van beelden, de rangschikking van letters, het aanbrengen van verf op een doek. Evenals decor, aankleding, licht, geluid, etc.

De muzikale gasten die ik bij Matthijs gaat door tot nu toe gezien heb, waren ook al eens te gast in DWDD. De inhoud was en is: emotie. Zowel de cognitieve als de lichamelijke component. Dat is van alle tijden. Talloze boeken gaan over liefde. Het is de vorm waarin de schrijver het verhaal vertelt die het liefdesverhaal onderscheidend maakt van alle andere liefdesverhalen.

De eerste show opende met een muzikale knal van jewelste. Vette soul, energie die explodeerde in een orgie van funk en jazz, muzikanten die niet alleen bliezen, sloegen en zongen, maar waarvan ook de lichamen meetrilden in een machtige oerknal. Briljant omgezet in een dynamische beeldvoering door regisseur Henk van Engen. Wauw! Een overrompelend begin….! Daarna verkruimelde wel wat van het enthousiasme door ideetjes, die niet werkten, of (nog) niet doordacht waren.

Het is uiterst zelden, dat een programmaconcept vanaf aflevering 1 meteen de goede balans heeft. Met de muziek zat het wel goed. Redactioneel moest het programma de balans (de vorm) nog vinden. Hoe verleidelijk is comedy en tegelijk ook hoe moeilijk. Leuk zijn zonder response grenst aan het onmogelijke. Leuk zijn, zonder leuk zijn, is dodelijk. Maar gelukkig waren er in de aanloop twee magistrale reddingsboeien: Joost Prinsen en André van Duin.

Het concept oogde voor mij als een moderne versie van Voor de Vuist Weg, het programma dat ik in een ver verleden, met Fred Oster als co-producer, heb opgezet maar dan zonder het charmante geklungel van Willem Duys en zonder goudvis. Nu wel met led screens, big band en andere verrukkelijke Schnick-Schnack. Bij ons gold het redactionele simpele adagium, dat de mate van succes voor een groot deel bepaald werd door de aanwezigheid van ‘een kind’, ‘een dier’, en/of ’een krasse bejaarde’. Dat laatste heeft bij Matthijs gaat door een prominente plaats gekregen onder de noemer: ‘Forever YOUNG..!’

Bij de uitzending van afgelopen zaterdag had ik het gevoel dat alles klopte. Redactioneel toonde de show zich, ondanks stramien, vitaal, creatief en verrassend. Matthijs voelde zich als een vis…. en durfde ook aan het randje van sentimentaliteit te krabben zonder dat het ranzig werd. Het programma is de synchroniciteit van zijn actuele hartslag met de kwetsbaarheden van het bestaan. Door de bloedvaten stroomt de emotionaliteit van muziek en in de oogopslag spreekt oprechte interesse in de ander.

Ik zie uit naar de komende aflevering.

Bob Rooyens

Bericht delen