Anne-Mar Zwart
Presentator voor EO en NPO
Anne-Mar Zwart
ΜaandagDinsdagWoensdagDonderdagVrijdagZaterdagZondag
Vorige Volgende

Zwart-wit

donderdag 28 mei 2020
Anne-Mar Zwart
Presentator voor EO en NPO

Gisteravond heb ik Django Unchained gekeken. Ja, die legendarische film uit 2012 van Tarantino die de hele wereld al heeft gezien behalve ik. Althans, als ik mijn goede vriend mag geloven.

Hij is zo gek van films dat hij er urenlang aan één stuk over kan praten, helaas zonder adempauzes te nemen die mij een kans geven hem te onderbreken. Hij vond het ronduit ‘schan-da-lig’ dat ik deze parel nog nooit, ‘maar echt nog nooit?’, ‘nee, nog nooit…’ had gezien. Aangezien ik nogal gevoelig ben voor bucketlistlijstjes en een hoge bloeddruk krijg van ‘Dat moet je echt gezien hebben’-achtige opmerkingen, begon ik bijna koortsachtig gisteravond eindelijk aan Django.

Maar jongens, Wat. Een. Film. Los van Tarantino’s indrukwekkende talent, vond ik het verhaal heftig, confronterend en schrijnend. Het verhaal speelt zich af in Amerika in tijden van slavernij. Dat er vreselijke dingen zijn gebeurd weet ik, maar hoe het in deze film rauw en hard in beeld wordt gebracht, maakte op mij diepe indruk.

Het deed me denken aan die keer dat ik in Zuid-Afrika was voor een aflevering van 3Onderzoekt, een onderzoeksjournalistiek programma van de EO. Ik ging een experiment aan: Hoe reageert Zuid-Afrika vandaag de dag op een relatie tussen een blanke vrouw en een donkere man? De apartheid ligt gelukkig achter ons, maar in hoeverre is een zogeheten gemengde relatie volledig geaccepteerd? Ik ging zogenaamd een relatie aan met een jonge, donkere student. Mali heette hij, uit een buitenwijk van Kaapstad. Voor zijn vrienden, familie en iedereen op straat deden wij serieus alsof we een relatie hadden. Met verborgen camera’s legden we de reacties vast.

In een sloppenwijk ontmoette ik een man met wie we een interview zouden hebben over zijn moeite met blanke mensen. Dat bleek in het gesprek geen moeite te zijn, maar intense haat. Ik had spijt dat ik deze man misschien wel in verlegenheid had gebracht door hem aan het begin van het interview een hand te geven. Ik vroeg hem hoe hij dat had ervaren. Dat was voor het eerst in zijn leven, zei hij. “Ik heb nog nooit een witte een hand willen geven, en dat had ik graag zo gehouden.” Zo. Die kwam binnen.

Toen het hoogtepunt was aangebroken, de grote kennismaking met Mali’s ouders waarin we ze niet alleen zouden vertellen dat we verkering hadden, maar ook nog eens dat we wilden trouwen, scheet ik zeven kleuren. Maar echt. Het huis hadden we volgehangen met verborgen camera’s en het was tijd voor een heus Meet the Parents-moment, maar dan een hele, hele gevoelige.

Ik zou het eerste ‘witte’ meisje zijn in de familiegeschiedenis en Mali bereidde mij voor op een niet al te warm welkom. Hij kreeg gelijk. Ik heb me inderdaad nog nooit zo niet-welkom gevoeld. Ik ben nog nooit met zo’n verborgen afschuw aangekeken. Ik voelde hoe ik op dat moment gehaat werd, ergens diep van binnen, vanwege een hele lelijke en pijnlijke geschiedenis.

Toch probeerden de ouders van Mali op een gegeven moment milder te zijn en open te staan voor het idee dat hun geliefde zoon met een blank meisje zou trouwen. Bijzonder hoe dat ineens ontstond. Toen ik even later in een blanke buurt aan twee Golden Girls-achtige dametjes op leeftijd vroeg hoe ze het zouden vinden als ik hun dochter was en met een donkere man zou thuiskomen, zeiden ze vol afschuw en recht uit hun tenen: “Oh noooo, that would be awful! I think they’re from the bush.”
Pfff…. Vreselijk.

Anne-Mar Zwart
Presentator voor EO en NPO