Het ecosysteem achter een format-hit: Frankrijk
Waarom exporteert Nederland met achttien miljoen inwoners meer formats dan Duitsland, de grootste televisiemarkt van Europa? En waarom slaagde Zuid-Korea er in korte tijd in van format-importeur naar wereldspeler te worden? In deze serie analyseert Taco Rijssemus, partner bij 3Rivers, de nationale ecosystemen die de internationale formatmarkt bepalen. Hij laat zien welke culturele en politiek-economische factoren bepalen of een land formats kan exporteren. En wat dat betekent voor de toekomst van de industrie.
Frankrijk: quota zonder eigenaarschap
Fort Boyard, gelanceerd in 1990, is nog altijd een van de meest herkenbare Franse tv-exports ooit. Maar sindsdien bleef een vergelijkbare opvolger opvallend uit. Frankrijk behoort, net als Duitsland en Italië, tot de grote continentale markten die vooral formats importeren in plaats van exporteren.
Cultureel ligt een deel van de verklaring voor de hand. Hoge onzekerheidsvermijding vertaalt zich binnen omroepen in lange besluitvormingstrajecten en institutionele voorzichtigheid. Franse primetime is bovendien eigenzinnig: uitzonderlijk lange uitzendingen die talk, live-optredens en entertainment rondom één dominante presentator combineren, net als in Italië. Zulke formats zijn zonder ingrijpende verbouwing niet te exporteren. Voeg daar een relatief lage Engelsvaardigheid aan toe, en de drempel naar internationale pitchcultuur wordt nog wat hoger.
Maar de scherpste verklaring zit niet in cultuur. Die zit in wetgeving.
Frankrijk kent namelijk een van de meest uitgebreide quotastelsels van Europa: broadcasters zijn wettelijk verplicht een fors deel van hun budget bij onafhankelijke producenten te besteden, structureel vergelijkbaar met de Britse indie-quota uit de Communications Act. Op papier zou dat een sterke onafhankelijke sector moeten opleveren, en dat doet het ook. Het probleem is wat daarna gebeurt. Waar in het VK die quota gepaard gingen met wettelijke rechtenbescherming, verplichten de Franse quota alleen tot productie, niet tot rechtendeling. Via total buy-out-constructies belanden de rechten grotendeels bij de broadcaster. Producenten bouwen dus wel capaciteit op, maar hebben geen economische prikkel om iets te ontwikkelen dat internationaal te verkopen valt.
Dat is de Franse paradox in het kort: een van de uitgebreidste quotastelsels van Europa, zonder het exportecosysteem dat je daarbij zou verwachten.
De publieke omroep helpt niet mee om dat te compenseren. France Télévisions investeert wel in formats, maar vrijwel uitsluitend in access prime time, niet in de grote avondslots. Daarmee is de omroep niet de krachtige motor zoals die van de BBC in het VK of DR in Denemarken, die bewust als launching customer voor onbewezen concepten fungeren. Daar komt bij dat er tot voor kort weinig concurrentie tussen de broadcasters was. De dominante positie van TF1 stelde de broadcaster in staat risicomijdend te opereren en zich op de internationale format blockbusters te concentreren.
En dan is er Banijay.
Het grootste onafhankelijke productiebedrijf ter wereld heeft zijn hoofdkantoor in Parijs en groeide via een reeks overnames, waaronder de Endemol Shine Group en recent natuurlijk All3media, uit tot eigenaar van een van de grootste formatcatalogi ter wereld. Dat bewijst dat Franse ondernemersambitie wel degelijk internationaal kan schalen. Alleen: het gebeurde via consolidatie en acquisitie, niet via organische ontwikkeling vanuit het Franse ecosysteem zelf. De Franse exportpositie is dus groter dan het binnenlandse marktaandeel doet vermoeden, maar de winst vloeit niet terug naar Franse producenten zoals dat in het VK of Nederland wel gebeurt.
Vergelijk je Frankrijk met Duitsland en Italië, dan zie je drie varianten op hetzelfde thema. Duitsland heeft de strakste institutionele structuur, versterkt door grote publieke omroepen met eigen productiebedrijven. Italië voegt daar een politiek verankerd duopolie en een eigenzinnige tv-cultuur aan toe. Frankrijk onderscheidt zich door zijn quota-paradox: productiecapaciteit zonder rechtenpositie, en een wereldspeler die wél uit Frankrijk komt, maar niet uit het Franse ecosysteem voortkomt.
Zolang die rechtenpositie niet verandert, blijft het patroon hetzelfde: talent, capaciteit en bewezen ondernemerschap, maar geen structurele stroom van Franse formats de wereld over.
Volgende keer: Italië.
Bron: Taco Rijssemus/BM
