CEO NEP Arjan van Westerloo luidt de noodklok: “Ik zie een sterfhuis”
Terwijl op MIPCOM in Cannes volop wordt gesproken over de opmars van YouTube, nieuwe samenwerkingsvormen en de zoektocht naar jongere kijkers, klinkt vanuit de Nederlandse technische productiesector een indringende waarschuwing. Arjan van Westerloo, verantwoordelijk voor NEP in Nederland, het VK en Ierland, ziet de toekomst van de publieke omroep met groeiende zorg tegemoet.
Zijn bedrijf draait in Nederland ruim honderd miljoen euro omzet, ontwikkelt razendsnel nieuwe productietechnieken en weet programma’s met behulp van automatisering en AI aanzienlijk goedkoper te produceren. Maar de Nederlandse publieke omroep blijft volgens hem achter: “Als ik hier op het Media Park uit het raam kijk, dan zie ik een sterfhuis. Leegstaande gebouwen, verouderende faciliteiten en een inkoopmodel dat niet meer past bij de huidige markt.” Politiek en NPO moeten volgens hem nu met de sector een gezamenlijke visie voor de komende jaren ontwikkelen, anders dreigt Nederland essentiële technische productiecapaciteit definitief kwijt te raken.
Het aandeel van publieke opdrachten in de Nederlandse NEP-omzet is volgens Van Westerloo in enkele jaren teruggelopen van ongeveer vijftig procent naar minder dan een kwart. Tegelijkertijd maken kortlopende samenwerkingscontracten en kostbare aanbestedingsprocedures het steeds moeilijker om te investeren in apparatuur en personeel. De paradox: terwijl de publieke omroep fors moet bezuinigen, blijven volgens Van Westerloo besparingsmogelijkheden liggen doordat samenwerking en technische innovatie volgens hem onvoldoende worden benut.
De manier waarop televisieprogramma’s internationaal en nationaal technisch worden geproduceerd, verandert razendsnel. Reclame-inkomsten staan onder druk, traditionele verdienmodellen veranderen. Mediabedrijven moeten met minder geld dezelfde kwaliteit blijven leveren en meer energie in de distributie van content steken om vindbaar te blijven. Tegelijkertijd groeit de hoeveelheid videocontent die wordt geproduceerd en geconsumeerd.
“Wij zijn er al snel van uitgegaan dat die verandering er gewoon ging komen”, vertelt Van Westerloo. “In plaats van vast te houden aan bestaande productiemethoden, besloot NEP met producenten en zenders opnieuw naar het hele productieproces te kijken. Daartoe aangespoord door mensen als RTL CEO Sven Sauvé die twee jaar geleden al hun businesspartners bij elkaar opriep om de verwachte uitdagingen samen het hoofd te gaan bieden.
De Bondgenoten: van negen naar drie regiemedewerkers
Niet simpelweg dezelfde producties met minder mensen maken, maar onderzoeken welke werkzaamheden nog daadwerkelijk bijdragen aan het eindresultaat. Een van de meest aansprekende voorbeelden daarvan is De Bondgenoten, de dagelijkse realityserie van Talpa. Voor het programma ontwikkelde NEP onder leiding van salesdirector Jonathan Vermeulen (foto) samen met producent Talpa Studios een nieuwe workflow, waarbij een groot deel van het traditionele regie- en selectieproces werd geautomatiseerd. Waar voorheen negen mensen bij de dagelijkse regiewerkzaamheden betrokken waren, zijn dat er in de nieuwe situatie nog drie. De traditionele regiefunctie is grotendeels uit het productieproces gehaald en inhoudelijke keuzes worden op een andere manier voorbereid.
“De kijkers thuis hebben er niets van gemerkt”, zegt Vermeulen over de ingrijpende verandering achter de schermen. De sleutel blijkt te zitten in de manier waarop opgenomen materiaal wordt verwerkt. Bij een realityprogramma als De Bondgenoten draaien camera’s vrijwel voortdurend. Daardoor ontstaat dagelijks een enorme hoeveelheid beeldmateriaal waaruit redacteuren en editors de relevante verhaallijnen moeten selecteren. Traditioneel gebeurde dat in verschillende opeenvolgende stappen, met veel mensen die materiaal bekeken, selecteerden en doorgaven.
NEP richtte dat proces opnieuw in. Automatisering en AI ondersteunen het terugvinden en selecteren van relevant beeldmateriaal. Een menselijke medewerker beoordeelt deze selecties die op basis van vooraf ingevoerde cue’s ontstaan vervolgens, waarna de eindmontage eerder kan plaatsvinden. Er wordt een veel gerichtere selectie aangeboden, terwijl het oorspronkelijke materiaal beschikbaar blijft. Van Westerloo wijst erop dat De Bondgenoten ook na de veranderingen met sterk bereik en publieksprijs de Gouden Televizier-Ring succesvol bleef.
The Voice: dezelfde show, een andere productieketen
Een vergelijkbare aanpak werd toegepast bij terugkeer van The Voice of Holland. De opdracht was volgens Van Westerloo helder: het programma moest dezelfde uitstraling en productiewaarde behouden als voorheen, maar tegen lagere kosten worden gemaakt. De oplossing werd niet gevonden in een kleinere studio of minder spectaculaire televisie, maar in een efficiënter ingericht productieproces.
Er werd gekeken naar de rol van regisseurs, redacteuren, technici en editors. Waar zijn beslissingen nodig? Welke werkzaamheden kunnen worden gecombineerd? En waar kunnen automatisering en slimme software het proces versnellen? Voor Van Westerloo is dit geen eenmalige besparingsoperatie, maar een nieuw uitgangspunt voor de industrie: “Je moet met elkaar kijken wat vandaag mogelijk is. Daarbij is de intensieve samenwerking met broadcasters en producenten essentieel. Zij kennen de inhoud en de creatieve eisen, terwijl wij de technische mogelijkheden en workflows ontwikkelen. Die combinatie leidt tot oplossingen die geen van de partijen afzonderlijk had kunnen realiseren.”
De grootste uitdaging is niet technisch, maar menselijk
Regisseurs, cameramensen, editors en andere professionals hebben vaak jarenlang volgens dezelfde methoden gewerkt. Wanneer een nieuwe workflow hun functie verandert of bepaalde werkzaamheden overbodig maakt, ontstaat begrijpelijkerwijs weerstand. Van Westerloo erkent dat die verandering ingrijpend kan zijn: “Het belangrijkste wat wij dus afgelopen jaren hebben geleerd, is meer bedreven raken in verandermanagement.”
NEP begeleidt productieteams daarom stapsgewijs bij het invoeren van nieuwe werkwijzen. Niet iedere producent is even ver en niet iedere productie leent zich voor dezelfde automatisering. Bij grote live-evenementen of complexe (buiten)producties blijft menselijke expertise onmisbaar. Maar bij programma’s die in een gecontroleerde studio omgeving worden gemaakt, zijn volgens Van Westerloo veel meer mogelijkheden dan momenteel worden benut: “De nieuwe technologie vraagt daarmee ook om een andere visie op personeel. Niet iedere bestaande functie blijft in dezelfde vorm bestaan, maar er ontstaat wel behoefte aan medewerkers die nieuwe systemen kunnen bedienen en creatieve processen anders kunnen organiseren. Binnen de Nederlandse televisie-industrie is dat een gevoelig onderwerp. Efficiënter produceren betekent soms minder mensen op de vloer. Tegelijkertijd kan het voor ons noodzakelijk zijn om überhaupt producties in Nederland te kunnen blijven maken.”
Bestaande talkshows kunnen goedkoper
Ook een van de meest vertrouwde televisiegenres: de dagelijkse talkshow kan volgens Van Westerloo efficiënter en goedkoper worden geproduceerd. NEP faciliteert een groot aantal Nederlandse talkshows, waaronder Eva, Renze, Vandaag Inside, Pauw & De Wit en Lubach. Bij traditionele talkshowproducties staan meerdere cameramensen op de studiovloer. Met nieuwe cameratechnologie en AI-ondersteunde bediening kunnen volgens Van Westerloo bepaalde functies worden geautomatiseerd. NEP onderzoekt onder meer de inzet van AI gestuurde dome camera’s.
Bij een talkshow waar nu vijf cameramensen werken, zouden er volgens Van Westerloo in een nieuwe opzet mogelijk nog maar twee à drie nodig zijn. Hij rekent voor dat dit bij een dagelijkse productie significante besparingen kan opleveren en wijst bovendien op een ander probleem dat dit noodzakelijkér maakt: de beschikbaarheid van technisch personeel.
NEP beschikt over een grote groep ervaren cameramensen, maar kan niet onbeperkt nieuwe medewerkers blijven opleiden voor werkzaamheden die in de toekomst deels worden geautomatiseerd. Van Westerloo wil de beschikbare professionals daarom liefst inzetten waar hun vakmanschap daadwerkelijk het verschil maakt: “Ik heb heel veel goede cameramensen. Die wil ik graag op een aantrekkelijke en ontwikkelingsgerichte manier uitdagen én aan het werk houden. Heel graag dan op klussen waar zij echt iets kunnen toevoegen.”
Commerciële partijen zoeken samenwerking, NPO blijft nog achter
Niet iedere productie kan morgen volledig geautomatiseerd worden. Wel vindt Van Westerloo dat de industrie nu moet beginnen met de overgang naar meer hybride productiemethoden. NEP merkt dat het gesprek met commerciële opdrachtgevers fundamenteel verandert. Waar producenten voorheen vooral een technische offerte vroegen voor een vooraf bedacht programma, worden facilitaire bedrijven nu steeds vaker al tijdens de ontwikkeling betrokken. De vraag is niet langer uitsluitend welke apparatuur en hoeveel personeel nodig zijn, maar hoe een programma binnen een bepaald budget het best gerealiseerd kan worden.
Van Westerloo spreekt over drie grote Nederlandse klanten waarmee NEP nieuwe productiemethoden ontwikkelt voor het komende jaar. De namen wil hij nog niet prijsgeven. De NPO behoort niet tot die drie: “Dat vinden we wel jammer.” Het contrast is volgens hem groot. Commerciële producenten nemen zelf contact op om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn. Bij de publieke omroep komt dat gesprek nauwelijks van de grond: “Bij Talpa worden we gewoon gebeld. Bij de NPO niet.”Dat verbaast hem, juist omdat de publieke omroep onder grote financiële druk staat. Met publiek geld zou volgens Van Westerloo minstens zo kritisch moeten worden gekeken naar de mogelijkheden om efficiënter en goedkoper te produceren. Hij benadrukt dat dit geen pleidooi is om creatieve medewerkers zomaar te vervangen door machines. Het gaat erom de beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk in te zetten, zodat geld overblijft voor programmering en het gezond houden van bijvoorbeeld een journalistieke nieuwsvoorziening.
De veranderende relatie met de publieke omroep is ook zichtbaar in de fors gedaalde omzetverdeling van NEP. Dat komt niet uitsluitend doordat publieke opdrachten verdwijnen. NEP groeit ook buiten de publieke omroep, met commerciële klanten uit binnen- en buitenland. NEP Nederland draait inmiddels ruim honderd miljoen euro omzet. Voor het komende jaar voorziet Van Westerloo een groei van 5 tot 10%. Het bedrijf heeft daarmee voldoende omvang en internationale mogelijkheden om minder afhankelijk te worden van de Nederlandse publieke markt. Juist dat maakt zijn waarschuwing relevant. De vraag is volgens hem niet of NEP zonder de NPO kan voortbestaan. De vraag is of de publieke omroep op termijn nog kan beschikken over de technische faciliteiten en expertise die nodig zijn om haar publieke programma’s te blijven produceren.
De aanbestedingsparadox
Een van de grootste ergernissen van Van Westerloo is de manier waarop technische diensten voor de publieke omroep worden ingekocht. Door de vele aanbestedingen en kortlopende contracten moeten facilitaire bedrijven voortdurend tijd en geld investeren om opdrachten binnen te halen. Zelfs wanneer het gaat om relatief kleine producties of werkzaamheden die zij al jarenlang uitvoeren.
Van Westerloo noemt als voorbeeld een aanbesteding voor de NOS, waarvoor NEP uitgebreide documenten moet aanleveren, inclusief profielen van cameramensen en beoordelingen van hun kwalificaties. De kosten om alleen al aan zo’n procedure deel te nemen kunnen oplopen tot duizenden euro’s: een volgens hem onevenredig deel van de hiermee binnen te halen omzet. Daarbij komt dat een opdracht vaak slechts voor korte tijd zekerheid biedt. Voor een bedrijf dat moet investeren in dure camera’s, regiewagens, software en technisch personeel is dat problematisch. Van Westerloo illustreert het verschil met de nieuwe regiewagen die NEP onlangs in gebruik nam. Die investering was mogelijk doordat het bedrijf langlopende contracten heeft voor commerciële sportproducties. De wagen kan daardoor vrijwel de hele week worden ingezet waarmee zo’n investering over meerdere jaren kan worden terugverdiend.
Bij de publieke omroep ontbreekt die zekerheid volgens hem vaak. Hoe moet een technisch bedrijf miljoenen investeren in nieuwe apparatuur wanneer het niet weet of het een jaar later nog dezelfde opdrachten krijgt? Dat probleem wordt volgens Van Westerloo steeds groter naarmate technologie sneller innoveert en investeringen omvangrijker worden: “Het huidige aanbestedingsmodel is onvoldoende ingericht op de realiteit van de moderne broadcastindustrie. Transformatie vraagt om investeringen en daarvoor is een duidelijke visie nodig met langetermijnzekerheden. Zekerheden die investeringen rechtvaardigen waarbij de NPO richting de keten overkoepelend moet gaan coördineren.
“De hele technische infrastructuur moet opnieuw worden bekeken”
Het meest uitgesproken wordt Van Westerloo wanneer het gesprek op de toekomst van de Nederlandse publieke omroep komt. De ‘sterfhuisconstructie’ is een harde kwalificatie van iemand die al jarenlang enthousiast onderdeel is van de Nederlandse media-industrie. Daarvoor moet volgens hem veel meer gebeuren dan het schrappen van programma’s en het terugbrengen van personeelskosten alleen: “De hele technische infrastructuur moet opnieuw worden bekeken. Welke faciliteiten zijn werkelijk nodig? Welke kunnen worden gedeeld? Wat moet de publieke omroep zelf organiseren en wat kan beter door gespecialiseerde bedrijven worden uitgevoerd?”
Hij erkent dat onafhankelijkheid, veiligheid en continuïteit zwaarwegende belangen zijn. Juist in een tijd van geopolitieke spanningen moeten we voorkomen dat de Nederlandse media-infrastructuur volledig afhankelijk wordt van buitenlandse technologiebedrijven. En dat vraagt volgens hem om een strategische discussie over de héle infrastructuur, niet alleen om behoud van bestaande voorzieningen.

Oproep aan politiek en NPO: ontwikkel een tienjarenplan
Van Westerloo ziet het liefst dat NPO, omroepen, technische bedrijven én overheid samen een langetermijnvisie gaan ontwikkelen. Over de infrastructuur die nodig is om publieke programmering ook over een paar jaar nog te kunnen blijven maken. In welke vorm? Een rondetafelgesprek waarin de sector vooruitkijkt naar de komende vijf tot tien jaar.
Welke technische capaciteit moet Nederland behouden? Welke investeringen zijn daarvoor nodig? Hoe kunnen opdrachtgevers facilitaire bedrijven daarin voldoende zekerheid bieden? En welke veranderingen in de arbeidsmarkt en opleidingen moeten hiertoe worden voorbereid?
Er is wel geld beschikbaar voor innovatieprojecten en nieuwe initiatieven, zoals bijvoorbeeld met OASIS. Daarmee wil de sector gezamenlijk voorkomen dat een tekort aan technisch talent toekomstige producties in gevaar brengt. De toekomstbestendigheid van de bestaande broadcastinfrastructuur mist daarentegen nog focus. Volgens Van Westerloo ontbreekt dat strategische gesprek momenteel vrijwel volledig.
Via de branchevereniging Audiovisuele Federatie Nederland (AFN) probeert NEP dit onderwerp nadrukkelijker op ook de politieke de agenda te krijgen. De aandacht voor nieuwe technologie moet volgens hem samengaan met investeringen in de bedrijven die dagelijks de televisieproducties mogelijk maken: “In de breedte van de keten van audiovisueel tot licht etc. En de geluiden die ik hoor in de industrie baren me zorgen, want velen kunnen op dit moment hun boterham niet goed genoeg beleggen. En als die capaciteit eenmaal verdwenen is, kan zij niet eenvoudig opnieuw worden opgebouwd.”
De internationale markt wacht niet
NEP werkt steeds intensiever over landsgrenzen heen en kan succesvolle Nederlandse innovaties ook bij buitenlandse klanten toepassen. De internationale vraag naar hoogwaardige productiecapaciteit neemt toe, zo blijkt ook in Cannes. NEP kan zijn apparatuur, personeel en expertise ook elders inzetten. De Nederlandse publieke omroep heeft dus niet vanzelfsprekend meer de eerste keuze. Van Westerloo waarschuwt dat de sector niet moet wachten totdat technische bedrijven hun investeringen en capaciteit structureel op andere markten hebben gericht.
Zijn boodschap is daarmee vooral om de toekomst van de Nederlandse media-industrie gezamenlijk veilig te stellen: “Ik heb een groot hart voor de publieke omroep. Wij willen heel graag publiek blijven mee produceren en faciliteren, maar de prangende vraag is nu: hóe gaan we dat samen toekomstbestendig doen?”
Precies die vraag zou volgens Van Westerloo niet alleen op het Media Park, maar ook in Den Haag nadrukkelijker gesteld mogen worden. Immers: de publieke omroep kan het ook niet alleen: “Kijk naar de BBC die afgelopen periode honderden banen heeft geschrapt en 500 miljoen moet bezuinigen. Daar struggelen ze met dezelfde uitdagingen. Als wij er als keten in slagen om nog intensiever te gaan samenwerken op efficiëntie en verantwoorde kostenbesparing, dan waarborgen wij met z’n allen een toekomstbestendige publieke omroep. Naast de export van fantastische formats kunnen we dan ook hierin een voorbeeld voor andere landen worden.”
Bron: BM-Ellen Danhof
Fotografie: Roy Beusker/Nathan Reinds

