Jeroen Pauw in Oekraïne
Dinsdag 18 oktober 2022

Jeroen Pauw in Oekraïne

Ruim zeven maanden na de landelijke Giro555-actiedag voor Oekraïne bezoekt Jeroen Pauw het land in oorlog. Dat is woensdag 19 oktober te zien bij de NOS, vanaf 21.27 uur op NPO 1.

De eindstand van de actiedag was 106 miljoen euro; een bedrag dat inmiddels is opgelopen tot ruim 160 miljoen. Dat is, na de opbrengst van de actie voor de tsunami van Kerst 2004, het hoogste bedrag dat ooit is opgehaald bij een Giro 555-actie. Het geld is gestoken in onder meer tijdelijk onderdak, voedsel en water, brandstof, medicijnen en medische apparatuur. Pauw bezoekt plekken waar hulp wordt geboden of waar hulp nodig is en maakt de balans op.

Een tocht van zo’n 3500 kilometer brengt Jeroen Pauw van Krakau in Polen via het veilige westen van Oekraïne naar het oorlogsgebied in het oosten van het land. En weer terug. Daarbij bezoekt hij allerlei projecten, en spreekt met hulpverleners en met slachtoffers van de oorlog.

Algemene indruk: veel vrouwen zijn met hun kinderen naar het veilige westen en verder gevlucht, veel mannen vechten tegen de Russen, maar veel oude en arme mensen zijn in het conflictgebied achtergebleven. Hun grootste zorg: de winter die eraan zit te komen. Die in Oekraïne snel komt, lang duurt en koud is.

Pauw bezoekt onder meer een project dat zoveel mogelijk huizen probeert te herstellen voordat het winter wordt. Hij gaat mee met een medicijntransport en bezoekt een kliniek waar vluchtelingen uit het oosten psychosociale hulp wordt geboden om te kunnen omgaan met hun oorlogstrauma’s.

Ook doet hij verslag vanuit een museumtuin die is omgebouwd tot een veldhospitaal van het Rode Kruis. Verder praat hij met de organisatie die probeert de grote aantallen levensgevaarlijke mijnen te ruimen die de Russen hebben achtergelaten. Schoolgebouwen zijn geregeld het doelwit van Russische beschietingen. Kinderen moeten dus op zoek naar een ander heenkomen om nog iets te leren en vooral: om zich te kunnen ontspannen. Pauw bezoekt zo’n locatie, opgezet met Nederlands hulpgeld.

Bron: NOS/BM
Foto: Arjan Nieuwenhuizen/NOS

Bericht delen