Article header image

“Donder op met die Ster”

Carel Kuyl (voormalig mediadirecteur NTR) sprak klare taal gisteravond tijdens een bijeenkomst over de toekomst van het digitale medialandschap, georganiseerd door DirectorsNL. Onder leiding van Frénk van der Linden spraken in Amsterdam ruim tweehonderd makers met onder anderen Kuyl, Jeroen Koopman (NewBe TV), mediastrateeg Michiel Mol en Ruurd Bierman (EBU).

Centrale vraag: welke nieuwe kansen biedt het veranderende digitale medialandschap aan makers? En wat zou er moeten veranderen aan het huidige bestel om overeind te kunnen blijven in de concurrentieslag met grote internationale VOD-aanbieders als Netflix? Kuyl: “Een serie als The Crown kunnen we in Nederland niet maken. Dus laten we onze energie stoppen in dingen die relevant zijn voor ons. Dat wordt maar weinig geprobeerd. En ja, dat is ook een kwestie van geld. Als je op alle terreinen wilt spelen, hoort daar een solide financiering bij die onafhankelijk is van de commercie. Dus: donder op met die Ster en laat Den Haag dit nu voor eens en voor altijd goed regelen.”

Volgens Kuyl is er een omwenteling gaande die z’n weerga niet kent, vergelijkbaar met de uitvinding van de boekdrukkunst. “Dat klinkt misschien hysterisch, maar als je kijkt hoe we consumeren en hoe we content tot ons krijgen, zie ik diepgaande veranderingen. Steeds vaker komen productie en distributie in één hand en dat heeft grote gevolgen, ook voor onafhankelijke makers. Maar wat is het antwoord? Hoe ga je de strijd aan? Ik denk dat de publieke omroep zich heel goed moet gaan bezinnen op wat de prioriteiten zijn.”

“Het Nederlands talent focust te veel op het Nederlands taalgebied”

“Die zijn compleet anders dan twintig, dertig jaar geleden. Neem de sportrechten, die steeds vaker in handen van de grote conglomeraten komen. De rol van de NPO wordt daar marginaal. De enige oplossing is om het onderwerp journalistieker te gaan benaderen. Daar kun je je mee onderscheiden. Onderzoeksjournalistiek en authentiek drama zijn genres die ook de commerciële omroepen laten liggen. Daar liggen dus kansen.”

Volgens Ruurd Bierman gaat het in de competitie voornamelijk om rechten en talent. “Je moet willen meespelen. Kijk naar Scandinavisch drama; dat speelt mee in de Champions League voor drama. De vraag is dus: wat kunnen en wat willen we in Europa? Laten we minder producties gaan maken, met meer budget bijvoorbeeld. Met een kleine investering – zeg zo’n honderd miljoen euro – kun je de sector al een enorme impuls geven. Dat is beter voor de sector en voor het publiek. In Scandinavië worden twaalf series per jaar gemaakt, maar dan wel van internationale kwaliteit. En er wordt geïnvesteerd in de internationale verkoop. Ik geloof in dat model.”

Michiel Mol: “Kijkcijfers zijn voor Netflix niet van belang, het gaat om de maandelijkse inkomsten die de abonnees genereren. Wat je daarvoor nodig hebt, is net genoeg interessante content. Er wordt dus gestuurd op het portfolio. En daarin krijgen lokale producties een steeds belangrijkere rol. Neem Narcos of de series uit IJsland en Noorwegen. Die zouden normaal gesproken nooit in Nederland worden uitgezonden. Maar voor Netflix is het relatief goedkope content waar blijkbaar een publiek voor is. Het Nederlands talent focust te veel op het Nederlands taalgebied. Als ze dat zouden loslaten, liggen er kansen genoeg. Het enige verschil is dat de vertelmethodiek anders is. Netflix-series zijn gemaakt om te binge watchen, niet om elke week een aflevering te zien.”

“Het enige probleem is nog dat het publiek moet leren dat het normaal is om voor goede content te betalen”

Het tweede deel van de avond was er ruimte voor makers die in online content hun weg al hebben gevonden. Jos de Putter van The Correspondent, Casper Sikkema van VICE Media en Jeroen Koopman (NewBe TV) toonden dat je met wat lef, een heldere strategie en duidelijke doelgroep voor ogen online zeer succesvol kunt zijn.

De Putter: “Bij ons is de auteur van een verhaal of maker van een webdoc een gids. Geen alwetende verteller. Het gaat om kennisoverdracht als zoektocht en persoonlijk durven zijn. Alles begint bij de makers en dat zijn ze bij televisie een beetje vergeten. En daarnaast: iedereen met een smartphone kan iets maken dat van belang is. Dat alles helpt bij het afbrokkelen van de grote conglomeraten die zijn ontstaan. Het enige probleem is nog dat het publiek moet leren dat het normaal is om voor goede content te betalen…”

VICE is als punkmagazine begonnen in Canada en inmiddels op alle denkbare platforms aanwezig. De filosofie? “Daar zijn waar het publiek is”, aldus Sikkema. “We willen de beste zijn in digitale video. Inmiddels hebben we eigen teams in dertig landen. Allemaal collega’s die vanuit hun eigen perspectief naar de wereld kijken. In Nederland hebben we zo’n veertig mensen in vaste dienst die alles zelf doen; van regie tot postproductie. En hun autonomie is groot. Als je een sick verhaal aanlevert, zenden we dat uit. We hebben eigenlijk maar drie voorwaarden: de doelgroep moet jong zijn, het mag nergens anders te zien zijn en je moet het op een originele manier vertellen.”

NewBe TV opereert als producent succesvol op het snijvlak van televisie en online. Koopman: “Het idee is het uitgangspunt. Van daaruit definiëren we de doelgroep en bepalen welk platform geschikt is. Onze producties moeten veel bekeken, besproken en gewaardeerd zijn. Humor is daarin een belangrijk element. En dat werkt.”

Voor de makers in de zaal genoeg stof om over na te denken. Het ‘heilige’ middel tv loslaten en gaan voor de platforms waar (nieuwe) doelgroepen te vinden zijn? Of wachten tot de NPO of Den Haag inzien dat het anders moet? De tijd zal het leren.

Bron: BM

Bericht delen