Article header image
Article header image

Lost in Translation: wanneer cultuur belangrijker is dan taal

In de afgelopen twintig jaar ontwikkelde en adapteerde ik formats voor markten in heel Europa. Van DACH en de Benelux tot CEE, Zuid-Europa en de Nordics. Daarnaast werkte ik ook voor de UK, de VS, Azië en de Golfregio. Wat ik daarvan leerde: taal is zelden het probleem. Betekenis wel. Het echte werk zit in het vertalen van verwachtingen, smaak, tempo, humor en de onuitgesproken regels achter een briefing.

We gebruiken dezelfde woorden, maar bedoelen vaak iets anders. Begrippen als reality, escapism of relevance roepen per land totaal verschillende connotaties op rond toon, smaak en doel. En dat brengt mij bij mijn favoriete Duitse woord in dit verband: Fallhöhe. Het gaat om wat iemand te verliezen heeft voordat een publiek écht meeleeft.  

Elke cultuur stelt die drempel anders af. Je kunt het vertalen, maar niet copy-pasten. Tel daar de logica van je commissioner bij op en het wordt nog complexer. Een publieke omroep, een commerciële zender of een streamingplatform kunnen om hetzelfde programma vragen en in de uitvoering toch iets fundamenteel anders verwachten.

In non-fictie zie je hoe cultuur direct de spelregels beïnvloedt. Neem eerlijkheid. In Nederland kan een alles-of-niets-twist spannend en acceptabel voelen. In Duitsland willen kijkers vaak dat inspanning wordt erkend: ook wie verliest, hoort niet met lege handen te vertrekken. En in sommige markten worden winnen en verliezen zelfs bewust vermeden, omdat een publieke nederlaag daar heel anders wordt ervaren. Ook lengte en tempo zijn klassieke valkuilen. In Duitsland kan een vermakelijke primetime-avond ver voorbij het standaard-uur lopen, niet zelden twee, drie of zelfs vier uur.

Dat vraagt om formats met lange spanningsbogen, meerdere pieken en uithoudingsvermogen. Niet alleen van het publiek, maar vooral al in de ontwikkelingsfase. Negeer je dat, dan reist een idee misschien goed op papier… maar niet op het scherm. De echte vaardigheid in ontwikkelen voor de internationale markt zit niet in het vertalen van taal, maar in het vertalen van context. Nog vóór je één beat schrijft, een format bouwt of een pitchdeck maakt. 

Mijn belangrijkste advies: betrek lokale expertise in een vroeg stadium en zorg dat mensen zich veilig voelen om je eerlijk tegen te spreken. Want de duurste fouten zijn vaak de meest beleefde.

Yvonne von Mach
IP Creator & Producer MachOriginals 

Bericht delen
Article header image
Article header image

A Strategic Move, Literally

Zo besloot ik zes jaar geleden mijn Heimat Duitsland te verlaten en Nederland te kiezen als creatieve thuisbasis voor multi-market development, met de ambitie om te bouwen aan ideeën die niet stoppen bij een landsgrens.
In mijn werk in development bevond ik me altijd op het snijvlak van creativiteit en uitvoering. In Duitsland werkte ik vanuit drie pijlers: het adapteren van internationale catalogi, het verwerven van third-partyrechten en het ontwikkelen van eigen ideeën.

In de praktijk betekende dit dat het aandeel nieuwe IP-creatie relatief beperkt bleef ten opzichte van het grote volume aan bestaande, bewezen formats. Een logische aanpak, die investeringen beschermt en risico’s beheersbaar houdt.
Maar na jaren adapteren en produceren van internationale successen voor de Duitse markt, wilde ik een andere uitgangspositie. Werken met een internationale blik, voor meerdere markten tegelijk, met meer ruimte om vanaf nul te bouwen. Niet omdat adaptatie geen waarde heeft, maar omdat er voor een creative niets zo bevredigend is als het creëren van iets nieuws.

Die verschuiving vond ik in Hilversum. Daar kreeg ik de ruimte waar ik naar zocht: het ontwikkelen van nieuwe IP voor de omroepen en streamers van RTL Group in Duitsland, Nederland, Frankrijk en Spanje. Altijd local-first, maar vanaf het begin bedacht voor meerdere markten. Formats met een heldere emotionele belofte, een overdraagbare structuur en een kern die ook na culturele vertaling overeind blijft.

Op dit moment ontwikkel en produceer ik via MachOriginals nieuwe IP, binnen zowel high-end scripted als premium unscripted. Content over genres en platforms heen, ontwikkeld met internationale samenwerking in gedachten en gericht op een multi-marketstrategie.
De echte creatieve upgrade zat voor mij niet in het wisselen van land, maar in het wisselen van model: van vooral het adapteren van bestaande formats naar het bedenken van originals, die vanaf het begin voor meerdere markten worden ontwikkeld.

Deze week neem ik je mee in mijn inzichten over conceptontwikkeling, IP, eigenaarschap en samenwerking over genres en landsgrenzen heen.

Yvonne von Mach
IP Creator & Producer MachOriginals

Bericht delen
Article header image
Article header image

De regionalen shinen de landelijke eruit

Net als bij de grote publieke omroepen hebben ze flink moeten bezuinigen de afgelopen jaren, waardoor er andere keuzes zijn gemaakt. Één daarvan is echt een briljante. Een paar jaar geleden is daar besloten om een geconcentreerde social mediaredactie op te zetten. Het doel: presentatoren en items inzetten puur voor online. Niet een tv-of radio-item even opknippen met voice over voor online, maar met een duidelijke strategie om mensen in de regio via Instagram, Facebook en de eigen RTV-app aan te spreken.

Dat scoort fantastisch. Het kanaal groeit en de video’s hebben vaak meer views dan dat het kanaal aan volgers heeft. Dat is erg knap en verdient een compliment. Dat komt omdat er wordt nagedacht over de spannende hook aan het begin, hoe het voor de socials goed in beeld wordt gebracht, of er ruimte is voor een grap en hoe de video alsnog vol zit met informatie.
Die inhoud wordt beloond door de kijkers. En niet alleen bij RTV Utrecht, ook andere regionale zenders hebben dit slim opgepakt – bijvoorbeeld Omroep Brabant. Daarbij helpt het ook dat die zenders functioneren als één redactie en niet zoals bij de NPO met verschillende omroepen. Er zijn flink wat grote mediamerken in Nederland met veel volgers die dit soort views niet halen. Als ik hen was zou ik zeker naar de pagina’s van de regionalen gaan en op ‘follow’ drukken.

Kees Dorresteijn
Presentator, journalist en dagvoorzitter 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Omroep en politiek

Want laten we eerlijk zijn. Als je in de kroeg of op straat vraagt of de Publieke Omroep moet blijven, zal het overgrote deel van de mensen volmondig JA! zeggen. Niet voor niks worden veel programma’s hoog gewaardeerd. Maar vraag je welke omroepen die programma’s maken, moet men het antwoord vaak schuldig blijven. Een quiz: Welke omroepen maken de programma’s De Slimste Mens, Wie is de Mol?, Flikken Maastricht Even tot hier? (Antwoorden aan het einde van deze blog).

Het samengaan van de omroepen – wat nu ook weer gebeurt – is altijd onderdeel geweest van een bezuinigingsplan onder het Haagse mom van efficiëntie. Maar ondertussen zijn de bezuinigingen zo flink dat ze veel programma’s en banen van makers kosten. 

Als de omroepen nu volledig samengaan en de programma’s via de NPO door deelredacties laten maken, wordt die efficiëntieslag in één keer gemaakt. Zo kan iedereen zien wat je nou precies kan maken met het beschikbare budget. De volgende keer dat er dan gesproken wordt over bezuinigingen, kan politiek Den Haag zich niet meer verschuilen achter de efficiëntieslag van samenvoegen. Dan is het gewoon een keuze op de inhoud van de publieke omroep.

Antwoorden quiz: Slimste Mens KRO NCRV, Wie is de Mol? AVROTROS, Flikken Maastricht AVROTROS Even tot hier BNNVARA.

Kees Dorresteijn
Presentator, journalist en dagvoorzitter 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Waar is de hook?

Je kent het principe hook vast, maar toch even een korte omschrijving. De hook is de eerste drie tot vijf seconden van een video, een stuk audio of een artikel die mensen direct naar binnen trekt. Zeker TikTok- en Instagram-kanalen zijn er groot mee geworden. De moderne aandachtsspanne is kapot en hooks zijn zowel de oorzaak als het medicijn.

Laat me je iets verklappen: als je dit leest, werkt mijn hook al beter dan je denkt. En daar had ik nou een hele interessante sessie over gister. Ik was gevraagd voor een brainstorm voor een leuk nieuw radioprogramma. Tijdens die sessie heb ik aan de redactie gevraagd of de teksten voor de show niet veel meer met pakkende hooks geschreven moeten worden? Als je het aan mij vraagt wel.

Zonder hooks leg je het als mediamaker af tegen de entertainment kanalen op Insta die het wel doen. Veel journalistieke teksten op radio en tv beginnen toch vaak met een serieus gezicht en een nette inhoudelijke opbouw. Maar als je die items dan als promotie weg wil zetten online, zijn die teksten te lang.

En dan kom je weer snel uit bij een quote van een gast die scherp geknipt kan worden. Maar juist voor redacties met beperkte tijd voor de online video’s is dit een kans. Denk van tevoren na wat de deelbare content wordt en schrijf daar een spannende introductie hook of zelfs korte hook in een vraag bij. Voordat je het weet, hebben mensen jouw video of column helemaal gezien.

Kees Dorresteijn
Presentator, journalist en dagvoorzitter 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Iedereen is dagvoorzitter

Het begrip dagvoorzitter is aan inflatie onderhevig, waardoor het steeds minder helder wordt wat die nou doet. Laat ik duidelijk zijn: het is niet iemand met een goede kop die alles even gezellig aan elkaar praat. Robert de Vries, die al events plande toen ik nog spreekbeurten op de middelbare aan het geven was (ja, 25 jaar inmiddels), schreef daar pas nog een kritisch stuk over op LinkedIn. Zijn punt: ‘Het vak van dagvoorzitter wordt zelden serieus genomen. Presenteren is niet dagvoorzitten.’ Helemaal mee eens. 

Zelf ben ik op dit moment bezig met de voorbereiding van een aantal dagvoorzitterschappen en evenementen. Want sinds een jaar of twee ben ik mij actiever op dat vak aan het richten. Zo spreek je ondernemers en professionals veel intensiever. Ook als journalist fijn om te horen wat er speelt.

Daarom een tip voordat je de volgende boekt. Hij of zij moet wat mij betreft altijd beschikken over de 3 V’s. V1: bezig zijn met het ‘Vergroten van de kennis’. De dagvoorzitter is ingelezen, spreekt voor met de sprekers en kan zelf inhoudelijk wat toevoegen. V2: Zij of hij denkt mee met creatieve ‘Vormen’ voor de presentaties en het hele programma zodat het goed in elkaar zit en niet alleen powerpoint na powerpoint wordt. En V3: Er wordt wat ‘Verrassends’ toegevoegd. Maar wat dan? Tja, dat is een verrassing.

Kees Dorresteijn
Presentator, journalist en dagvoorzitter 

 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Oh Daddy!

Ik praat met veel gepassioneerde mediamakers sinds ik ben gestopt als presentator van de middagshow op BNR Nieuwsradio. Ik wil verder kijken dan alleen radio en multimediale formats ontwikkelen. Want laten we eerlijk zijn, er worden nog steeds veel programma’s gemaakt speciaal voor één medium. En nee, geknipte fragmenten voor de socials tellen niet als tweede.

Daar komt News Daddy om de hoek. Zijn echte naam is Dylan Page, hij is 26 en heeft 17 miljoen volgers op TikTok. Daarmee is hij het tweede nieuwsmerk van het VK op TikTok. Alleen de Daily Mail moet hij nog voor zich dulden. En hoe? Hij maakt het nieuws niet kleiner, hij maakt het toegankelijker en persoonlijker. Daarbij schuwt hij geen grote onderwerpen als de uitbreiding van het Duitse leger of de dodelijke protesten in Tanzania. Gebeurt er iets, dan heeft hij binnen no time een goed gemonteerde video (met wat hulp van editors) vanuit zijn kleine neonverlichte studio. Meerdere keren per dag.

Doet hij dat op een traditionele manier? Nee. Hij dramatiseert het begin en maakt grapjes, maar vergeet de journalistieke basis niet. 60% van de jongeren haalt hun nieuws van social media (Bron NJI). In Nederland spreekt NOS op 3 die nog het meeste aan, maar een News Daddy hebben we niet. Dat is een grote kans voor nieuwsmerken als je het mij vraagt. Ook al moet die Nederlandse wel een andere naam kiezen. Want ‘Nieuws Pappa’ klinkt toch wat fout.

Kees Dorresteijn
Presentator, journalist en dagvoorzitter 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Undercover

Triomfantelijk toont hij de beelden in het SBS-programma Undercover Nederland. De rel is groot. “Ik was toevallig journalist, maar voor hetzelfde geld was ik een activist of terrorist geweest”, jubelt Stegeman met pretoogjes. Daarna is hij niet meer te stuiten. In een rats, kuch en bonen-uniformpje rijdt hij later breed lachend een terrein van Defensie op. Soldaat Švejk meldt zich! Even later rolt hij de poort uit met een ‘gestolen’ militair voertuig. Toedeloe! In ’t Harde laat hij op het militaire complex een nepbom achter. Mission Impossible is weer geslaagd. Hij toont aan dat de beveiliging bij Defensie zo lek is als een mandje.

De actie met de ‘nepbom’ gaat de Hoge Raad te ver. De boete van 4750 euro, die het gerechtshof hem heeft opgelegd, blijft staan. De nepbom zou een te zwaar middel zijn om zijn punt te drukken. Toch knallen er bij SBS6 champagnekurken, want het doel is bereikt, de aandacht rond deze rel en het programma is gigantisch.
Soms heeft zo’n undercoveractie wel een hoog ‘Kuifje-gehalte’. Op regulaire nieuwsredacties zijn ze er vaak te huiverig voor. Zo ook bij het RTL Nieuws. ‘Speel maar open kaart’, is het devies. ‘Eerlijk duurt het langst’. Hoofdredacteur Harm Taselaar krijgt spontaan rode vlekken in zijn nek als iemand oppert om zo’n ‘Operatie Stiekem’ op te zetten.

Toch komen ook de RTL-verslaggevers er soms niet onderuit. Het is 1 november 2012. In de media circuleren verhalen over misstanden in Thaise massagesalons. Dat zouden eigenlijk verkapte bordelen zijn waar onwettige seksuele handelingen worden verricht. Het zogenoemde ‘happy end’ waarbij de man aan het eind van een massage wordt ‘verwend’ is maar één voorbeeld.
U voelt hem aankomen. Met een leren tas, waarin een camera en geluidsapparatuur is verwerkt, word ik erop afgestuurd om de ‘proef op de som’ te nemen. Ik ben geen happy man. Met een wild kloppend hart stap ik op de Overtoom een massagesalon in en voer een dans macabre uit rond een Thais meisje aan de balie.

Ik heb namelijk geen idee hoe ik die tas moet houden om de cameralens op dat kind te richten en maak voor m’n gevoel de gekste sprongen. Ik ben bijna zestig jaar en behoor blijkbaar tot de gebruikelijke clientèle van deze salon. Het meisje heeft niks door. Ik vertel haar dat ik van mijn maten heb gehoord dat hier na elke massage een ‘happy end’ volgt. Het meisje knikt, maar houdt haar kaken stijf op elkaar. Dat schiet niet op. Ik zeg dat ik daar als ‘boertje van buuten’ wel reuze veel zin in heb! Het zweet druipt van mijn rug. Wat is dit erg!

Ik sta hier de boel zo verschrikkelijk te belazeren. Een Thais meisje met een gigantische overbeet stapt de ontvangstruimte in en hoort wat de wensen zijn. Ze knikt enthousiast en zegt iets onverstaanbaars. Het klinkt alsof ze een zak knikkers in haar mond heeft gekieperd. Toch meen ik te horen dat ze ‘ook op dát vlak wel goed voor me zal zorgen’. Bingo! De buit is binnen. Ik heb mijn quote.
Ik wil weg en zeg dat ik het parkeergeld nog moet betalen en ren als Kees van Kootens’ ‘Vieze Man’ het pand uit. Als ik even later omkijk, staan beide meisjes in de deuropening en kijken me verbaasd na. Op de redactie ‘blurren’ we de beelden van de twee Thaise vrouwen, die daardoor totaal onherkenbaar worden. Twee quotes zijn redelijk verstaanbaar. Case closed.
Maandenlang vragen collega’s me besmuikt hoe mijn ‘happy end’ is geweest. Ik huil bittere tranen. Undercoveracties, geef mijn portie maar aan Fikkie. Ik heb gezworen het nooit meer te doen. 

Jaap van Deurzen 
Spreker / dagvoorzitter / mediatrainer / voice-over 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Camjo

“Zou jij misschien even op de opnameknop van de camera willen drukken?” vraagt een Noorse televisieverslaggever vriendelijk. Hij staat vijf meter verderop tot aan zijn heupen in het modderige Mozambikaanse water. Hij is een camjo en wil per se op die plek zijn standupper opnemen tijdens de watersnoodramp in Mozambique. Maar als hij op die startknop wil drukken, zal hij toch uit de blubber moeten komen en dat is nog een heel gedoe in die zuigende modderplas. Ik help hem uit de brand en druk op de knop. “Tak så mycke!”

Zelf ben ik zó blij dat ik in het rampgebied op pad ben met een cameraman. Ik moet er niet aan denken om in mijn ééntje in een crisisgebied rond te banjeren met een camera, hoe klein die ook is.
Een paar jaar later kom ik daarvan terug. Bij het RTL Nieuws beginnen we enthousiast aan een experiment met camjo’s. Ik meld me vrijwillig aan. Met een middelgrote consumentencamera reis ik daarna voor RTL Nieuws de halve wereld af om reportages te maken. Natuurlijk werk ik liever met een cameraman, zeker in ramp- en oorlogsgebieden. Dat is gezelliger en veiliger.

Maar wanneer er minder risico’s zijn vind ik het heerlijk om camjo te zijn. Je bent je eigen regisseur en kunt gaan en staan waar je wilt. Met zo’n kleine camera val je veel minder op. Mijn interviews worden er ‘intiemer’ door en… je komt nog eens ergens. De hoofdredactie spaart namelijk klauwen met geld uit en zal een buitenlandse reis veel sneller goedkeuren.

Professionele cameramensen staan niet te juichen. “Het is een soort uitholling van mijn vak. Voor mijn camera tik ik bijna een halve ton af en zo’n digitaal ding kost nog geen tienduizend euro. Het verschil moet toch ergens in zitten? Ik denk dat kwaliteit op den duur toch zal winnen”, zegt wijlen cameraman Stan Storimans.
Natuurlijk zijn er ook risico’s. Tijdens de Olympische Spelen in Australië in 2000 ga ik in mijn uppie de achterstandswijk Redfern in. Ik wil de andere kant van Sydney laten zien. Ik word in de vervallen wijk gelijk overvallen door een groep drugsgebruikers. De zwaar verslaafde Aboriginals hebben niks te verliezen en plukken al mijn zakken leeg. Na gedane zaken zwaaien ze me nog net niet vriendelijk uit. Ik heb mijn eigen overval gefilmd. Ik ben 300 euro armer maar wel een verhaal rijker en ik ben nog heel.

Een jaar later heb ik minder geluk in de Noord-Ierse hoofdstad Belfast. We schrijven september 2001 in de arbeiderswijk Ardoyne. Katholieke meisjes, die op weg zijn naar de Holy Cross school moeten een piepklein stukje door de protestantse enclave Glenbryn lopen. De protestanten zien dat als een grove provocatie en beginnen stenen en flessen naar de meiden te gooien. De zaak escaleert als er op een dag een pijpbom wordt geworpen. Dat is een explosief in een metalen buis en een potentieel moordwapen. Zo’n zestig agenten raken gewond bij de daaropvolgende rellen. Vanwege de absurditeit van het conflict is het wereldnieuws. De redactie stuurt mij als camjo naar Belfast.
Als ik bij zonsondergang de rellen sta te filmen, krijg ik een grote kei op mijn kop. Met een diepe snee in mijn voorhoofd beland ik in een ziekenwagen. De protestantse relschoppers staan uitzinnig te juichen als ze de ambulance aan horen komen met gillende sirene.
Die avond doe ik vanuit een ziekenhuisbed telefonisch live verslag vanuit het Royal Victoria Hospital. De schade valt mee. De volgende dag mag ik vertrekken. 

Het is het begin van het einde van het camjo-tijdperk. “We zijn er nu helemaal mee gestopt”, zegt hoofdredacteur Ilse Openneer van het RTL Nieuws. Er zitten toch te veel haken en ogen aan. Bovendien is niet iedereen gecharmeerd van de kwaliteit van het beeld en het geluid. Het experiment sterft een stille dood. Toch zal ik die periode nooit meer vergeten. Ik heb nergens spijt van. Sterker nog, ik beschouw mijn camjo-tijdperk als één van de hoogtepunten uit mijn dertigjarige carrière. 

Jaap van Deurzen
Spreker / dagvoorzitter / mediatrainer / voice-over 

Bericht delen