Article header image
Article header image

Het draait achter de schermen

Relaties bouw je in vredestijd is meer dan een cliché. Én je bereidt je voor op een crisis op het moment dat er nog niets speelt. Juist wanneer alles goed gaat, bij de lancering van een nieuw programma of in aanloop naar events zoals de Olympische Spelen, moet je nadenken over mogelijke reputatie-uitdagingen. Dat is geen luxe, maar bittere noodzaak; het huidige medialandschap en de wereldwijde dynamiek vragen daar simpelweg om.  

Ook in de eerste aflevering van The Voice of Holland zag je, hoe kan het ook anders, dat ze zelfs in de montage bezig zijn geweest met reputatie. De jongen met tuinbroek kreeg draaiende stoelen, de gestyleerde popster mocht naar huis. Gezien de crisis die het programma heeft doorgemaakt kan die montage geen toeval zijn.

Reageren op kritiek is geen kwestie van afwachten; het vraagt voortdurende alertheid en strategie. Communicatie is meer dan een weerwoord op de voorpagina. Maar denk aan werknemers, collega’s en externe, strategische stakeholders. Te vaak wordt er pas gereageerd als het kwaad al is geschied en de ruimte om te bewegen verdwenen is. Het frame is nauwelijks te kantelen en je opereert vanuit de verdediging, terwijl polarisatie en de 24/7-meningsfabriek in de media het speelveld bepaalt. 

Mijn credo: maak een plan, een langetermijnvisie en heldere doelstellingen. Stel een kernteam samen en richt een crisis­team in. Van een afstand zag ik bij grote persoonlijkheden hoe teams vooral bevestigden wat op korte termijn werkte. Begrijpelijk, want loyaal meedenken voelt veiliger dan tegenspreken. Tegelijk bleef reputatie op de lange termijn vaak onderbelicht evenals lastige gesprekken.  Daarom is het essentieel een authentiek verhaal te bouwen, met ruimte voor reflectie, eerlijkheid, transparantie en het vermogen zelf de angel eruit te halen.

Tessa van Hoof
Communicatiestrateeg, mediatrainer & interviewer 

Bericht delen
Article header image
Article header image

De Cursus

Heb ik heel stereotiep toch al aan het begin van een nieuw jaar. Helemaal wanneer je je soms afvraagt wat er allemaal aan de hand is. Een volslagen idioot als Donald die een goudmijn voor de Daily Show is, of bij ons de antidemocraat Geert die het woord ‘bende’ in zijn woord durft te nemen als het over democraat Rob gaat, blijkbaar vergetend hoeveel veroordeelden er op zijn lijst staan.

Toch wil ik deze laatste bijdrage afsluiten met iets dat op een boodschap lijkt. Want het is niet uit te sluiten dat de spierballentaal die veel politici, religieuze leiders, ook in ons land, en andere lieden met invloed, niet voorkomt uit machtswellust maar… angst. Ze zijn bang. Bang voor het zachte, het onschuldige. Bang voor de kracht van vergeving. Bang voor hun eigen ego.

En misschien wel voor dat laatste het bangst. Het ego dat roept: vechten, jij-bakken, afbreken die handel. Triest hè. Is er voor dat soort roeptoeters die we allemaal kennen nog hoop? Jazeker!  Ook al geloof ik vooral in de kracht van de natuur en ben ik absoluut niet gelovig in de normale zin des woords, het boek Een Cursus In Wonderen laat zien, als je alle christelijke symboliek even laat voor wat het is, dat je je leven kunt leiden vanuit je eigen kracht in plaats van de door ego gedreven strijdlust. Dat levert mooie muziek, mooie programma’s, een mooiere wereld en vooral, veel geluk op. En dat wens ik iedereen!

Co de Kloet
Creative Catalyst 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Het gaat weer de goede kant op

Ik ga niet zeuren of slijmen maar het is geen geheim dat toen ik de NTR, overigens in een niet onaardige sfeer, na een kleine dertig jaar verliet er toch het een en ander gebeurd was. De gloriedagen van de NPS meegemaakt hebbend, de verbazing dat Radio 6 om onbegrijpelijke redenen opgeheven werd door Shula Rijxman, tegen de wil van haar toenmalige radiodirectie, het overboord gooien van de documentaires op Radio 1, de kaalslag op Radio 4 (kom bij mij niet aan met woorden als gezellig en koddig)… Tja, ik was ook op een bepaalde manier opgelucht.

En zoals gezegd, als ik naar de Luister-App kijk, zie ik eigenlijk een audio-omgeving die recht doet aan een werkelijke publieke omroep. Zou ik dan toch met mijn tijd meegaan? De wonderen zijn de wereld nog niet uit. O ja, nog ’s wat: vanaf de zomer van 1985 tot op heden heb ik als producer een innige band met het Metropole Orkest, in haar soort het beste van de wereld.
Dat vind niet alleen ik, maar ook grote namen met wie ik projecten mocht en mag doen.  Allemaal drukten ze me op het hart dat wij heel zuinig moeten zijn op dit juweel in de muziekwereld. Los van het feit dat ze onbezonnen uit de omroepbegroting gegooid werden, het is niet minder dan bewonderenswaardig dat zij doen wat ze doen, ze kregen ook een keer van een omroepbaas(je) te horen, dat ze op hun kosten konden bezuinigen door de strijkersgroep naar huis te sturen en een synthesizer te kopen.

Ik heb dit uit de eerste hand en ben bang dat het niet eens grappig bedoeld was. Dus gooi ik er nog maar eens een Zappa-citaat tegenaan: ‘Stupidity has a certain charm… ignorance does not!’

Co de Kloet
Creative Catalyst 

 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Ode

De laatste aanschaf is Ode van Jigal Krant. Een fraai uitgegeven boek over een vrucht die alleen ‘lovers and haters’ kent: de aubergine. Linde valt onder de tweede groep, hoewel ik durf te stellen dat het ‘valt’ al een klein beetje ‘viel’ mag worden. Voorzichtig, maar toch. Waar ik in mijn bijdrage van maandag het over de blauwdruk had die muziek kan zijn draai ik het vandaag even om.
Misschien dat de Krant Methode ook binnen mijn vak kan werken. Jigal stelt dat het niet zozeer de smaak maar eerder de ervaring die een aubergine oproept een drempel kan zijn. Ik heb nu al twee keer mee mogen maken dat dat klopt: de laatste keer met aubergine gehakt op halve pitabroodjes en een eigen gemaakte swirl.

Voor musici, producers en programmeurs een tip wellicht. Wees niet bang om een mooie vrucht met een vreemd imago te presenteren maar zorg ervoor dat je bereiding, je presentatie, zodanig is dat het proeven/horen/zien een aangename verrassing is. Tegengas voor een beweging die cultureel gezien naar de grote gele M dreigt te leiden.

Co de Kloet
Creative Catalyst 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Uitgesproken

Zonder voorgesprek, ook al had ze zich wel in mijn werk en achtergrond verdiept, dat was vanaf de eerste seconde duidelijk, maar verder vanuit associatie. Hetzelfde startpunt van goede muziekprogrammering als je het mij vraagt. We hadden het over de magie van radio, het wonder van de muziek, mijn vader Co sr.  die me de weg wees in omroepland, Batman, de schandalige bezuinigingen in het verleden op muziekonderwijs, de armoedigheid van format-denken, de toenemende preutsheid en nog veel meer.

Gaandeweg het gesprek begon me iets op te vallen. Eerst kon ik het niet geloven maar het was toch echt waar: Mischa liet mij uitspreken! Zou dat de reden zijn dat ik me welkom voelde en het uur voorbij vloog? Want wat kan ik me opwinden over de cultuur van het onderbreken. Los van het grove onfatsoen wat eruit spreekt, het bewijst weer eens dat feiten vaak ondergeschikt zijn aan meningen en dat de invloed van de social media, het moet kort en mag ongenuanceerd, steeds meer voelbaar wordt.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen en kijk ik met grote regelmaat naar onder meer Pauw & De Wit, maar ga maar eens turven hoe vaak een gast echt zijn of haar zegje mag doen. Ik roep de talkshows op mensen uit te nodigen die echt wat te melden hebben, ook zoiets, en ze te laten uitspreken. Mischa- Style!

Co de Kloet
Creative Catalyst 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Blauwdruk

Waarbij creativiteit een groot goed is en het onderlinge contact tussen mensen gericht is op het zowel maken als consumeren van iets dat werkelijk iets betekent bij het streven naar plezier, opwinding, geluk en vrede. Mooi toch? Maar ook ik heb mijn oren en ogen niet in mijn zak zitten. 

Mijn Kortenhoefse buurvrouw Anke liet ooit een tegeltje maken met de tekst: ‘Als domheid kon loeien hadden we constant luchtalarm’. Dat haar woorden profetisch waren, wordt door het dagelijkse nieuws meer dan bevestigd. Aanvallen op de democratie in binnen- en buitenland in vele gedaanten lijken aan de orde van de dag.

Begin ik mijn ‘Week van’ nu gelijk met een zwaar gemoed? Nee hoor: vandaag maken we in ons multiplatform-programma injazz, dat sinds vorige week ook te beluisteren is bij Omroep Max via NPO Luister, de winnaar van de Boy Edgar Prijs bekend: een hoogst getalenteerde musicus/componist, een vrije geest!

We maken ook eigen opnamen van bekend en nieuw Nederlands jazztalent, waarbij we de term jazz zeer ruim opvatten. We stimuleren jonge makers in het vinden van hun eigen geluid, hun eigen identiteit, hun eigen kracht. Want: meer dan ooit ben ik ervan overtuigd… Ik ga mezelf herhalen zie ik. Tot morgen!

Co de Kloet
Creative Catalyst 

 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Platformoverstijgend denken: de Format Creator Economy

Uit deze verschuiving is ook het fenomeen ontstaan dat we inmiddels de creator economy noemen. Maar belangrijker dan het label is de vraag wat deze ontwikkeling betekent voor format creators en hoe we de nieuwe creatieve ruimte die hierdoor ontstaat, bewust en strategisch kunnen benutten.
De creator economy is een van de meest besproken ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Makers op sociale media laten zien dat ideeën kunnen ontstaan en groeien zonder klassieke distributie, zenders of zelfs een formeel greenlight en toch hun publiek vinden. Inmiddels horen daar ook zelfstandige, schaalbare verdienmodellen bij. De sector reageert daarop met nieuwsgierigheid én terughoudendheid.

Sommigen omarmen de ontwikkeling, met exclusieve talentdeals en samenwerkingen. Anderen kijken vooral met voorzichtigheid naar de mogelijke impact op bestaande structuren. Maar eigenlijk gaat het hier niet over social media versus televisie. Formatmakers bestonden al lang vóór YouTube en TikTok en bestaan nog steeds. Zij zijn architecten van schaalbare storytelling: content die meebeweegt, zich aanpast en telkens opnieuw vorm krijgt in andere landen en contexten.

Wat wél verandert, is het startpunt van ideeën. De nieuwe contentwereld die via social media is ontstaan, maakt het mogelijk om verhalen en formats te laten beginnen waar dat het meest logisch is. Ze hoeven niet langer meteen in één vaste vorm te bestaan of direct bij een omroep of streamer te landen. Niet alles hoeft al af te zijn. Ideeën mogen online getest worden, mogen falen en zich onderweg ontwikkelen. Een verhaal kan vandaag beginnen als short-form storytelling of een microserie, afgestemd op veranderend consumptiegedrag en de  aandachtsspanne van gebruikers. Of als een entertainmentconcept dat op YouTube start en groeit op basis van publieksreacties, om later eventueel door te ontwikkelen richting een streamer.

Veel organisaties behandelen fictie en non-fictie nog steeds als gescheiden werelden. Zelf heb ik altijd over die lijn heen gewerkt, juist omdat de creatieve raakvlakken groot zijn. En in de huidige fase blijkt die Vielseitigkeit een voordeel. Zeker als je samenwerkt met makers, talenten en experts die hun medium, publiek en distributie door en door kennen… met of zonder de inzet van AI. Daar ligt de kracht van wat ik de format creator economy noem. Niet in techniek of terminologie, maar in het besef dat creativiteit geen lineair proces meer is. De echte winst zit niet alleen in snelheid, maar in het vermogen om te leren terwijl je maakt. 

2026 vraagt om makers die durven spelen met die ruimte. Die storytelling niet vastzetten, maar laten bewegen. En die het publiek niet op één plek proberen te bereiken, maar meenemen over verschillende platforms… daar waar het verhaal zijn publiek vindt.

Yvonne von Mach
IP Creator & Producer MachOriginals 

Bericht delen
Article header image
Article header image

Cost efficiency kent geen grenzen

Dat dwingt makers, producenten en zenders tot een slimmere werkwijze. De gesprekken starten daarbij meestal rationeel, met aandacht voor gedeelde financiering, tax incentives, schaalvoordelen, toegang tot talent en een groter bereik. Internationale samenwerking ligt daarbij steeds vaker voor de hand.

Bij fictieprojecten is internationale coproductie inmiddels geen prestige meer, maar noodzaak. Het stelt makers in staat om budgetten te stapelen, risico’s te delen en ambitieuzere projecten te realiseren. Tegelijkertijd schuilt hier een valkuil. Wanneer de focus te eenzijdig ligt op het verzamelen van voordelen zoals fondsen, incentives en coproductiepartners, kan de inhoudelijke verankering op de achtergrond verdwijnen. Terwijl juist authenticiteit bepaalt of een verhaal geloofwaardig blijft wanneer het grenzen oversteekt en organisch geworteld is in de deelnemende landen.

In non-fictie en entertainment zien we steeds vaker hetzelfde model terugkeren om synergie te creëren: production hubs. Economisch is dat volkomen logisch. Vaste studio-opstellingen, ervaren crews, efficiënte workflows en een vertrouwd netwerk van leveranciers zorgen voor snelheid, schaal en vooral: voorspelbaarheid. 

De grootste efficiëntie ontstaat als een project vanaf het begin internationaal wordt ontwikkeld, met het expliciete doel een gezamenlijke hub op te zetten. De eerste gesprekken zijn veelbelovend: opdrachtgevers uit verschillende landen tonen zich enthousiast over de beloofde beloofde synergie-effecten.
 
Maar zodra het eerste greenlight er is, kiezen andere partijen er vaak voor om nog even af te wachten. In de praktijk betekent dat dat de ‘first mover’ de productie alleen opstart. De behoefte aan zekerheid over vorm, uitvoering en performance krijgt dan al snel de overhand. Dat is begrijpelijk, maar de grootste kostenefficiëntie ontstaat juist wanneer partijen daadwerkelijk tegelijk instappen. 

In de praktijk verschuift de hub-gedachte daarom vaak richting proven formats. Het risico is voorspelbaar en de performance bekend. In theorie voeg je ‘slechts’ een lokale host, cast, publiek en enkele key creatives toe en de machine draait. Maar productiecultuur, besluitvorming, feedbackritme en verwachtingen blijken per land te verschillen, zelfs tussen buurlanden. 

De reputatie van Nederland als efficiënt productieland maakt internationale samenwerking voor zowel fictie als non-fictie aantrekkelijk. Daarom word ik steeds vaker benaderd door Duitse en Nederlandse producenten en zenderverantwoordelijken die samenwerkingen willen verkennen, maar in de praktijk merken dat de uitvoering complexer blijkt dan vooraf gedacht.  

We zijn buren, maar in werkmentaliteit verschillen we meer dan we denken. Nederlandse pragmatiek botst hier soms met de Duitse voorkeur voor planningszekerheid. Die spanning herken ik ook uit mijn eigen starttijd als enige Duitse in een Nederlands team: mijn obsessie met structuur, lijstjes en planning werd al snel een terugkerend grapje. 

Internationale samenwerking is geen Selbstläufer: automatisch proces die vanzelf loopt. Pas wanneer er aan de voorkant voldoende tijd wordt genomen om verwachtingen te vertalen en vertrouwen op te bouwen, ontstaat niet alleen efficiëntie, maar ook een productie waarin alle partijen zich herkennen en die zij gezamenlijk dragen.

Yvonne von Mach
IP Creator & Producer MachOriginals 

 

Bericht delen
Article header image
Article header image

IP als fundament

Maar in 2025 merkte ik dat het begrip IP steeds rekbaarder werd. In gesprekken met commissioners hoorde ik steeds vaker dat ze graag een boek als basis voor een serie of film zien, zelfs als de oplage laag is. 

Ik ben zelf niet ongevoelig voor de aantrekkingskracht van bestaande IP. Een Engelse producent wilde met mij samenwerken aan een documentaire over een BD’er (Bekende Duitser) voor de Amerikaanse markt. Het deck presenteerde één USP als feit: de rechten op een biografie. Dat gaf de pitch direct gewicht, dus ik vroeg door. Toen bleek dat die rechten helemaal niet waren verworven. En precies daar verschuift IP van startpunt naar verkoopargument.

Een Franse producent vertelde me onlangs, half geamuseerd en half bezorgd, dat ze inmiddels zelfs boeken met AI genereren. Niet om gelezen te worden, maar puur als bronmateriaal voor een pitch: een link in een deck die een besluit net iets makkelijker moet maken.
Daar begint het risico, los van de discussie over auteursrechten. Niet omdat een boek geen goed vertrekpunt kan zijn. Integendeel. Maar omdat IP dan wordt ingezet als legitimatie, waar het een relatie met een publiek zou moeten zijn. 
Terwijl elk stuk IP, hoe bewezen ook, ooit begon als een origineel idee. Iemand met een lege pagina, een rommelige eerste versie en het geloof dat een publiek zou aanhaken. Wat we nu veilig noemen, is meestal succes dat al heeft plaatsgevonden.

Dus ja: adapteer wat werkt. Absoluut. Maar de echte voorsprong zit niet in het creëren van een verpakking voor je pitch, maar in het bewust ontwerpen van een IP-universum mét een duidelijke doelgroep.
Soms kan het startpunt een serie of een film zijn. Soms is het slimmer om een verhaal eerst anders te laten landen, zodat je een fanbase opbouwt voordat je de grote sprong maakt. En als er eenmaal succes is, kun je doordacht verlengen met een documentaire, live experiences en andere formats die de relatie met het publiek verdiepen en laten groeien. 

Maar IP is niet wat je op de cover zet. IP is wat je kunt onderbouwen. Met rechten en met het vakmanschap om een verhaal van het ene medium naar het andere te vertalen, zó dat je de fanbase overtuigt en idealiter laat groeien. Dan wordt IP geen geruststelling, maar een stevig fundament.

Yvonne von Mach
IP Creator & Producer MachOriginals 

Bericht delen