Minister grijpt niet in bij Ongehoord Nederland
dinsdag 12 mei 2026

Minister grijpt niet in bij Ongehoord Nederland

Het kritische rapport van de evaluatiecommissie van de NPO over omroep Ongehoord Nederland blijft voorlopig zonder gevolgen. Minister Rianne Letschert (D66, OCW) leest zorgelijke conclusies in het rapport, maar de conclusie is volgens haar niet “dat ON! een onvoldoende bijdrage aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht heeft geleverd.” En daarmee is er volgens haar geen juridische basis om in te grijpen.

Ongehoord Nederland is door twee mediawaakhonden meermaals op de vingers getikt. De commissie schrijft dat “herhaaldelijk is gebleken dat het media-aanbod niet voldeed aan de kwaliteitsstandaarden van de publieke omroep”. De commissie ziet tekortkomingen in de naleving van de journalistieke normen bij de omroep. Zo worden feiten en meningen door elkaar gebruikt. En daardoor staat de wellicht belangrijkste kernwaarde, de betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de publieke omroep, onder druk.

Spelregels
Kamerleden van links tot rechts zijn kritisch op de omroep. VVD kamerlid Erik van der Maas noemt de omroep een “meningenmachine”. “Feiten, fictie, dat loopt door elkaar heen. En dat is heel kwalijk.” Ook Kamerlid Ouafa Oualhadj (D66) onderschrijft dat: “Of je houdt je aan de regels, of je hoort er niet in thuis.”

Volgens Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA) zijn het geen beginnersfouten meer. “Ze blijven zich niet houden aan de spelregels.” En daarom vindt Van der Maas (VVD): “Een omroep die de rest besmet, en zich niet houdt aan de journalistieke code, daar is geen ruimte voor.”

Deze Kamerleden willen dat minister Letschert ingrijpt bij ON!. Maar de minister zegt tegen Nieuwsuur dat ze dat op basis van het evaluatierapport niet gaat doen. De minister ziet dat de omroep bijdraagt aan de pluriformiteit van het stelsel. “Ook dat is voor mij een belangrijke conclusie.”

Debat
Het rapport is kritisch op het journalistiek handelen, maar de minister ziet dus geen juridische basis om nu in te grijpen. “Dat is voor mij de juridische grondslag om uiteindelijk wel of niet te kunnen ingrijpen, zoals omschreven in de wet.”

Mohandis ziet die mogelijkheden wel degelijk en wil graag snel met de minister in debat. Ook Oualhadj vindt dat het proces grondig en gedegen moet, maar vindt ook dat het tijd is om conclusies te trekken.

Bron: Nieuwsuur/BM

Bericht delen