Topambtenaar zet klokkenluider NPO in de kou
Vrijdag 03 juni 2022

Topambtenaar zet klokkenluider NPO in de kou

Een hooggeplaatste medewerker van de NPO, die als klokkenluider misstanden binnen de publieke omroep heeft gemeld bij het ministerie van OCW, is door een topambtenaar van datzelfde ministerie in de kou gezet.

Dat onthult de BNR-podcast met Mark Koster en Ton F. van Dijk, die gesprekken met de klokkenluider hebben gevoerd. Kamerleden Harry van der Molen (CDA) en Zohair El-Yassini (VVD) willen uitleg.

De klokkenluider heeft in de zomer van 2020 vertrouwelijke gesprekken gevoerd met Marjan Hammersma. Zij is secretaris-generaal van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en daarmee de hoogste ambtenaar van het ministerie, dat verantwoordelijk is voor de verdeling van het budget voor de NPO. De klokkenluider wilde naar eigen zeggen ‘misstanden’ aankaarten over de salarisplafonds voor presentatoren, die op schimmige wijze omzeild werden.

Hammersma had ten tijde van het gesprek ook een persoonlijke relatie met Shula Rijxman, toenmalig bestuursvoorzitter van de NPO. De klokkenluider was niet op de hoogte van de relatie tussen beiden. Pikant detail, Rijxman is woensdagavond beëdigd als wethouder in Amsterdam, namens D66.

In een verklaring zegt de klokkenluider tegen BNR: “In juli 2020 had ik een gesprek met Marjan Hammersma op haar werkkamer. Dit gesprek was gearrangeerd door Kamerleden El Yassini en Van der Molen. Mij was door hen absolute vertrouwelijkheid toegezegd: ik zou worden behandeld als een klokkenluider”. Tot op heden is er geen vervolg gekomen op het gesprek.

In dat gesprek heeft de klokkenluider, de naam is bekend bij de redactie van BNR, de topambtenaar verteld over de misstanden met exorbitante salarissen bij de publieke omroepen. “Na afloop zei mevrouw Hammersma, dat zij het een en ander met minister Slob zou bespreken en er daarna bij mij op terug zou komen. Tot op heden heb ik niets meer vernomen. Ik begrijp nu dat de secretaris-generaal een privérelatie onderhoudt met de toenmalig voorzitter van de raad van bestuur van de NPO, onder wiens verantwoordelijkheid de door mij waargenomen misstanden mogelijk deels plaats vonden. Had ik geweten van de privérelatie, dan had ik het gesprek nooit gevoerd.”

Bron: BNR/BM

Bericht delen