Article header image

Point of View: Intercomdiscipline

Een van de eerste dingen die je leert als cameraman in een multicamsituatie, is dat je altijd een headset moet opzetten zodra je achter de camera staat. Zo kunnen ze je bereiken vanuit de regie. Zelfs tijdens het testen en instellen van de camera of wanneer je even moet wachten op een repetitie. Persoonlijk blijf ik ook altijd even hangen na afloop van een programma, om te horen hoe ze in de regie reageren. Een gedisciplineerde cameraman luistert zo buiten de opnamen en uitzendingen om heel wat uren naar de intercom.

En niet alleen cameramensen luisteren mee. De opnameleider heeft een headset, redacteuren, producers en assistenten, iedereen loopt tegenwoordig met ‘oortjes’. Toch lijkt het er op dat mensen in de regieruimte zich er niet altijd van bewust zijn dat alles wat ze zeggen ook terechtkomt bij mensen die ze niet zien. Vandaar deze opfriscursus ‘10 dingen die je niet moet doen als de intercom open staat’.

10. Klagen over de verwarming
Met name regieassistentes zijn gevoelige types. Die hebben vaak op- of aanmerkingen over de temperatuur in de regie. Wij hebben natuurlijk alle begrip voor de lieverds, die ons altijd zo goed door het draaiboek loodsen, maar als het buiten -5 of +25 graden is en wij ook niet kunnen miepen over een graadje meer of minder, is het knap vervelend om steeds herinnerd te worden aan die heerlijke airco in de regiewagen.

9. Eten en drinken
Snoepjes, een lekker bakje koffie of zelfs een broodje kroket. Natuurlijk moeten ze in een regieruimte ook overleven, maar als je tijdens een pittige dag achter de camera niet of nauwelijks de gelegenheid krijgt om even iets naar binnen te proppen, is het zuur als iemand de hele tijd zit te smakken en te slurpen in je oren.

8. Eerst cue geven en dan pas nummer roepen
“Inzoomen, nu…. Camera 4.” In het heetst van de strijd worden soms behoorlijk onduidelijke cues gegeven. Als de regisseur eerst roept wat er moet gebeuren en dan pas een cameranummer zegt, kan het zijn dat die cameraman in kwestie niet precies heeft meegekregen wat hij zei. Die luistert immers ook met een half oor naar het gesprek dat hij in beeld moet brengen. Als je eerst het cameranummer noemt, is de cameraman in kwestie alert en hoort hij daarna direct wat je van hem wil. Een ander voorbeeld is: “Dat heb ik al. Maak even iets anders…” En vervolgens gaan alle camera’s tegelijk een ander shot maken.

7. Je privéleven bespreken
Het komt voor dat iemand in de regieruimte met thuis zit te bellen en wij precies horen wat er speelt. Of in ieder geval één kant van het verhaal. Het is lastig dat wij dan moeten invullen wat ze aan de andere kant van de lijn allemaal zeggen. Soms is het ook vervelend dat we vervolgens moeten doen alsof we van niks weten, terwijl we net van A tot Z hebben meegekregen hoe het zit met die echtelijke vete, een ongehoorzame puber of de romance die op het punt van ontvlammen staat.

6. Roddelen
En als je zit te roddelen in de buurt van een intercom moet je er wel even bij vertellen over wie het gaat. Het is super irritant als wij de hele tijd moeten gokken wie het lijdend voorwerp is of dat pas na een tijdje blijkt dat het over heel iemand anders gaat. In het ergste geval worden we op het verkeerde been gezet en denken wij nog wekenlang dat Pietje die ene klus verknald heeft, terwijl het in werkelijkheid Klaasje was.

5. Fluisteren
Helemaal erg is het als ze opeens gaan fluisteren. Ik heb dan altijd gelijk het gevoel dat het over mij gaat. Dat ik definitief door de mand ben gevallen en dat iedereen al lang weet wat voor prutser ik ben. Gefluister maakt me zo ongelofelijk nieuwsgierig dat ik nergens anders meer aan kan denken. Gevolg is dat ik enorm ga staan… prutsen.

4. De microfoon helemaal uitzetten
Opeens zijn ze weg. Oorverdovende stilte. Is alles uitgevallen? Is er iets kapot? Ligt het aan mij? Als je altijd minimaal een ruis hoort, is het heel gek als die oordoppen doen waarvoor ze gemaakt zijn: je helemaal afsluiten van de rest van de wereld. Ik weet heus wel dat sommige regisseurs briefjes schrijven of tekstjes op hun telefoon tikken om de mensen naast zich te informeren over iets dat (nog) niet voor onze oren is bestemd, maar liever dat dan de hele intercom uitschakelen.

3. Racistische grapjes maken
Ja, geloof me of niet, maar het komt anno 2020 nog steeds voor dat verstandige mensen in de regieruimte – onder het mom van een hard grapje – dingen zeggen die behoorlijk kwetsend of zelfs racistisch zijn. Zulke opmerkingen waren in 1990 misschien nog leuk, maar nu kan dat niet meer. Er is altijd wel iemand die zich er aan stoort en het blijkt knap lastig om er iets van te zeggen.

2. Fluiten
Bij elke schakeling in je vingers knippen, met een pen tikken en meezingen in de buurt van dat microfoontje. Realiseer je dat dit heel direct binnenkomt bij de mensen met headsets op hun hoofd. Er komt een moment dat het gaat irriteren en dan kan die ander aan niks anders meer denken. Maar het allerergst is het als de regisseur een liedje (vals) gaat meefluiten. Dat moet echt verboden worden.

1. Zuchten, steunen en kreunen…
Een ongemanierde bullebak in de regie is echt niet meer van deze tijd. Openlijk klagen over de ploeg waarmee je werkt doe je niet. Evenals zuchten op het moment dat even iets niet gaat zoals jij het graag zou willen. Niets gaat vanzelf. Cameramensen kunnen immers geen gedachten lezen en van een kreunende regisseur gaat niemand beter presteren. Als iemand een foutje maakt, kun je beter doorgaan dan blijven vragen hoe dat nou toch kon gebeuren. Degene die even de mist in ging, weet het zelf ook wel.

Jan Rein Hettinga

Bericht delen