Cost efficiency kent geen grenzen
Internationale samenwerking staat volop in de belangstelling. Budgetten staan onder druk, advertentiemarkten krimpen, het publiek raakt steeds verder versnipperd en productiekosten blijven stijgen.
Dat dwingt makers, producenten en zenders tot een slimmere werkwijze. De gesprekken starten daarbij meestal rationeel, met aandacht voor gedeelde financiering, tax incentives, schaalvoordelen, toegang tot talent en een groter bereik. Internationale samenwerking ligt daarbij steeds vaker voor de hand.
Bij fictieprojecten is internationale coproductie inmiddels geen prestige meer, maar noodzaak. Het stelt makers in staat om budgetten te stapelen, risico’s te delen en ambitieuzere projecten te realiseren. Tegelijkertijd schuilt hier een valkuil. Wanneer de focus te eenzijdig ligt op het verzamelen van voordelen zoals fondsen, incentives en coproductiepartners, kan de inhoudelijke verankering op de achtergrond verdwijnen. Terwijl juist authenticiteit bepaalt of een verhaal geloofwaardig blijft wanneer het grenzen oversteekt en organisch geworteld is in de deelnemende landen.
In non-fictie en entertainment zien we steeds vaker hetzelfde model terugkeren om synergie te creëren: production hubs. Economisch is dat volkomen logisch. Vaste studio-opstellingen, ervaren crews, efficiënte workflows en een vertrouwd netwerk van leveranciers zorgen voor snelheid, schaal en vooral: voorspelbaarheid.
De grootste efficiëntie ontstaat als een project vanaf het begin internationaal wordt ontwikkeld, met het expliciete doel een gezamenlijke hub op te zetten. De eerste gesprekken zijn veelbelovend: opdrachtgevers uit verschillende landen tonen zich enthousiast over de beloofde beloofde synergie-effecten.
Maar zodra het eerste greenlight er is, kiezen andere partijen er vaak voor om nog even af te wachten. In de praktijk betekent dat dat de ‘first mover’ de productie alleen opstart. De behoefte aan zekerheid over vorm, uitvoering en performance krijgt dan al snel de overhand. Dat is begrijpelijk, maar de grootste kostenefficiëntie ontstaat juist wanneer partijen daadwerkelijk tegelijk instappen.
In de praktijk verschuift de hub-gedachte daarom vaak richting proven formats. Het risico is voorspelbaar en de performance bekend. In theorie voeg je ‘slechts’ een lokale host, cast, publiek en enkele key creatives toe en de machine draait. Maar productiecultuur, besluitvorming, feedbackritme en verwachtingen blijken per land te verschillen, zelfs tussen buurlanden.
De reputatie van Nederland als efficiënt productieland maakt internationale samenwerking voor zowel fictie als non-fictie aantrekkelijk. Daarom word ik steeds vaker benaderd door Duitse en Nederlandse producenten en zenderverantwoordelijken die samenwerkingen willen verkennen, maar in de praktijk merken dat de uitvoering complexer blijkt dan vooraf gedacht.
We zijn buren, maar in werkmentaliteit verschillen we meer dan we denken. Nederlandse pragmatiek botst hier soms met de Duitse voorkeur voor planningszekerheid. Die spanning herken ik ook uit mijn eigen starttijd als enige Duitse in een Nederlands team: mijn obsessie met structuur, lijstjes en planning werd al snel een terugkerend grapje.
Internationale samenwerking is geen Selbstläufer: automatisch proces die vanzelf loopt. Pas wanneer er aan de voorkant voldoende tijd wordt genomen om verwachtingen te vertalen en vertrouwen op te bouwen, ontstaat niet alleen efficiëntie, maar ook een productie waarin alle partijen zich herkennen en die zij gezamenlijk dragen.
Yvonne von Mach
IP Creator & Producer MachOriginals