Article header image

‘Reclamevrije publieke omroep op korte termijn mogelijk’

Afgelopen week verschenen de antwoorden van minister Slob op de vragen vanuit de Tweede Kamer over de visiebrief over de publieke omroep. Daarin geeft de minister aan dat het kabinet toewerkt naar een reclamevrije publieke omroep, maar dat dat nu nog niet haalbaar is.

De werkgroep Andere Publieke Omroep is van mening dat het volledig reclamevrij maken van de publieke omroep wel degelijk eenvoudig en op korte termijn gerealiseerd kan worden. Onderstaande brief heeft de werkgroep daarom gezonden aan minister Slob.

Geachte heer Slob,

Deze week ontving de Tweede Kamer uw antwoorden op de vele vragen die gesteld zijn over de visiebrief over de toekomst van het publieke omroepbestel. Een belangrijk onderwerp daarbij is uw voorstel om de reclame op de publieke zenders te beperken. In uw antwoorden geeft u aan dat het doel van het kabinet is om toe te werken naar een volledig reclamevrije landelijke publieke omroep. Terecht geeft u aan dat het goed zou zijn wanneer de publieke omroep niet meer afhankelijk is van adverteerders. De voorstellen in de beleidsbrief typeert u daarbij als ‘een eerste betekenisvolle stap’.

Hoewel het kabinet zich ten doel stelt om te komen tot een reclamevrije publieke omroep, stelt u niet voor om de reclame zo spoedig mogelijk volledig af te schaffen. Als argument hiervoor noemt u dat dat praktisch niet haalbaar zou zijn. De werkgroep APO reikt u graag aan hoe het kabinet het gestelde doel om de reclame volledig af te schaffen, wel degelijk binnen afzienbare tijd kan realiseren:

1. Geen wetswijziging nodig
Volgens de huidige Mediawet bepaalt minister bij Algemene Maatregel van Bestuur hoeveel procent van de zendtijd besteed mag worden aan reclame. Er is niets dat belemmert om dit percentage in enkele jaren af te bouwen naar 0%. Een eerste verlaging van het percentage zou komend jaar al kunnen ingaan.

2. Voldoende financiële ruimte
Voor de periode 2019 – 2023 rekent de Minister op een jaarlijkse afdracht van de STER ter hoogte van € 157 – 164 miljoen. Dit bedrag is lager dan de som die de NPO op dit moment besteedt aan programma’s op het gebied van sport en amusement. Volgens een eigen analyse van APO besteedt de NPO aan dit type programmering nu jaarlijks € 210 miljoen.

De NPO heeft de STER-afdrachten helemaal niet nodig als zij er voor zou kiezen zich te richten op haar kerntaak: het verzorgen van programma’s op het gebied van nieuws, achtergronden en cultuur. Als de NPO die keuze zou maken, dan kan zij niet alleen probleemloos afscheid nemen van de STER, maar houdt zij bovendien € 50 miljoen per jaar over voor nieuws, onderzoeksjournalistiek en kunstprogrammering. Door grote uitgaven aan amusement en live-sport wedstrijden te beperken of – nog beter – volledig te stoppen, is er meer dan voldoende budget om het wegvallen van reclame-inkomsten op te vangen. Sterker nog, er komt dan ook extra geld beschikbaar voor de kerntaken van de omroep.

Het doel van het kabinet – een volledig reclamevrij publieke landelijke omroep – verdient alle steun:
– het maakt een eind aan de voortdurende (en gedoemd te mislukken) strijd met commerciële partijen om marktaandelen en kijkcijfers;
– de publieke omroep kan zich daardoor richten op de wettelijke kerntaken;
– het is te realiseren binnen de mogelijkheden van de huidige wetgeving;
– het kost geen extra belastinggeld.

Een reclamevrije publieke omroep is wel degelijk eenvoudig en op korte termijn te realiseren. Het zou een enorme stap zijn naar een toekomstbestendige, onafhankelijke publieke omroep.

Met vriendelijke groet, mede namens de overige leden van de Werkgroep APO,

Dr A.C.A. Dake, voorzitter

Bron: APO/BM

Bericht delen