Article header image

In memoriam René van Dammen

Wat een ongelooflijk doffe dreun was dat. Je denkt ‘de zoveelste interne mededeling’ en dan totaal onverwacht het diep trieste nieuws over René van Dammen. Het raakte me net als iedereen als een mokerslag – en dat terwijl ik zelf niet rechtstreeks met ‘m te maken heb gehad, niet voor m’n radiowerk in ieder geval.

Wat heeft me dan zo met René verbonden? Geldt dat voor iedereen, en hoe dan? Ik wil proberen het hier onder woorden te brengen – voor René die zelf graag schreef, maar ook voor al zijn lieve collega’s met wie ik gisteren bier gedronken heb, met bitterballen natuurlijk. Op René!

René was een overweldigende persoonlijkheid in al z’n Groningse nuchterheid. De absolute autoriteit op z’n zeer complexe vakgebied, maar hij was nooit arrogant – hij had een uniek soort vriendelijke, maar ook cynische humor, waarmee hij je al was het met een kleine opmerking charmant volledig op je plek kon zetten. Zoals Leon Daniels hem gisteren citeerde: “Leon, werk je hier al véértig jaar? En je hebt helemaal niets gedaan!” Wars van welke autoriteit dan ook deed René hetzelfde bij Matthijs van Nieuwkerk. Live op televisie kreeg hij vriendelijk te verstaan dat niet alleen dat ene minuutje muziek in DWDD voor een dip in de kijkcijfers zorgde, maar ook en voorál Matthijs zelf: “Wat veel belangrijker is, is dat jij die inleidende praatjes niet meer houdt. Het is ook heel sneu voor die muzikanten, want als jij dertig seconden met ze gepraat hebt, zijn er al honderdduizend kijkers weg!”.

Ook de speeches die ik van René heb mogen bijwonen, waren ronduit hilarisch. Hij kon de zaken zonder een spier te vertrekken op onnavolgbare wijze zonder aanzien des persoon soms hard maar altijd vriendelijk en buitengewoon geestig onder woorden brengen: we konden de betonnen buitenwanden van het pand horen galmen van het lachen bij het afscheid van Henk Hagoort.

René schreef graag, en graag veel. Hij heeft me een tijd als ‘ghost reader’ van zijn Loftrompet gevraagd – ik zal de enige niet geweest zijn – om die dan waar naar mijn idee nodig van commentaar te voorzien. Commentaar dat hij bij nader inzien eigenlijk helemaal niet zo op prijs stelde. Want behalve charmant en misschien soms wat onzeker was René ook buitengewoon eigenwijs. Zijn laatste schrijven dat hij namens de OR aan het personeel rondstuurde was, zo begreep ik gisteren, door een aantal mensen gelezen – maar door niemand van de OR zelf. Achteraf was dat niet zo verstandig, en daar zat René dan weer enorm mee in z’n maag.

En hij was bezitterig wat betreft het vrouwelijk schoon onder de collega’s – de meisjes waren ‘van hem’ en hij had wat dat betreft een koninkrijk om te verdedigen. Het was ‘zijn’ Jeanine, ‘zijn’ Irene en ga zo maar door, ik ben inmiddels de tel kwijt. Toen ik weer eens met haar stond te flirten kwam René er direct bij staan: “Wat moet je met MIJN Sandra!?” Met zijn charme en humor en zonder ooit intimiderend te zijn, wist hij een enorme harem fans om zich heen te verzamelen met wie hij iedere of om de week op donderdag ging borrelen bij Bar Boon. Toen ik hem eens vroeg of ik daar niet gezellig bij kon aanschuiven liet hij me duidelijk weten dat dat toch niet de bedoeling kon zijn. Terwijl hij zelf maar wat graag aanschoof bij de borrel van een ander, uitgenodigd of niet. Hem niet uitnodigen was op zich al een faux pas.

René voelde zich als vanzelfsprekend overal thuis, op iedere afdeling. Om welke reden dan ook kwam hij even buurten in de panden rond zijn eigen René van Dammen Foyer, om al dan niet gevraagd zijn mening over het één of ander te delen. Maar ook om de vinger aan de pols te houden. Hij was het bindmiddel van het bedrijf, hij leefde niet zozeer voor z’n werk, hij wás het werk. Zoals zijn meest directe collega Rob van Stuivenberg het gisteren zei: “René was getrouwd met de NPO”.

We hebben onze partner verloren. De man van de NPO, die zo goed als het hele bedrijf in al z’n geledingen kende. De man die je in vertrouwen nemen kon, de man die allergisch was voor welke vorm van onrecht dan ook, die eenvoudigweg het beste met iedereen binnen het bedrijf en met het bedrijf zelf voor had. En we zijn een ambassadeur verloren – met name de laatste jaren had hij meerdere malen een glansrol bij televisieprogramma’s als DWDD, waarin hij tot in de puntjes voorbereid maar schijnbaar nonchalant de kijker exact wist uit te leggen hoe die keek en vooral op welk moment die zou gaan zappen.

Dat nonchalante onderstreepte hij met zijn vaste outfit: zijn onafscheidelijke pet en een sjaal van FC Groningen – ook het Noorden heeft een groot ambassadeur verloren. Zijn vakkennis, de onomwonden, gepassioneerde manier van vertellen, gekoppeld aan de uitstraling van een hele gewone jongen met wie je heel goed van bier (géén Heineken!) en bitterballen kon genieten maakte hem nog geloofwaardiger. Wat was hij er stiekem trots op, en wat waren we trots op René.

Hij was er ook bij, tijdens het bier en de bitterballen, in alle verhalen gistermiddag in Bar Boon. Bij z’n al dan niet directe collega’s die er zonder aankondiging als vanzelf samenkwamen om te proberen de klap te verwerken. Dat lukt niet in één middag, maar het is een begin. Er is zoals dat gaat veel gehuild, maar ook gelachen, zoals er met René altijd gelachen werd. En er is veel bier gedronken, want “echte mannen drinken bier”.

Als ik al voel hoe ongelooflijk dof de dreun is, kan ik maar nauwelijks inschatten hoe veel zwaarder het moet zijn voor hen die dagelijks met hem te maken hadden, die tot diep in de nacht uit hun slaap werden gehouden door zijn schier onophoudelijke hoeveelheid WhatsApp-berichten. Tot die stroom opeens stokte. Toen René niet aanschoof bij de OR-vergadering vermoedden velen al dat het helemaal mis was. Want René wás er altijd. René vulde en verbond de NPO. René was onze vriend. We zullen het gat dat nu geslagen is op één of andere manier met z’n allen moeten zien te dichten, want René was in alle opzichten eenvoudigweg letterlijk onvervangbaar. En dat zijn alleen de heel groten.

Heel veel sterkte Rob, Jeanine, Saïd, Shula, alle meisjes van René, alle collega’s – iedereen.

Marc Wielaert

Bericht delen