Article header image

Overzicht politieke standpunten over publieke omroep


Inmiddels zijn van alle belangrijke politieke partijen de standpunten bekend over de publieke omroep. De publieke omroep ligt zwaar onder vuur. Sommige partijen willen de publieke omroep decimeren. Hieronder een overzicht van de tot nu toe bekende visies. De raad van bestuur van de NPO zal alle zeilen moeten bijzetten om het tij te keren.

PVV: Als het aan de PVV ligt worden alle publieke radiozenders opgeheven. De PVV schrapt alle radiozenders en twee van de drie tv-netten. 'Wat de markt zou kunnen doen, moet je overlaten aan de markt. Hilversum is een Potemkindorp: een facade van pluriformiteit in een links bolwerk'. De partij van Geert Wilders wil ook de Wereldomroep helemaal opheffen.

SGP: Aan subsidies moet 2,7 miljard minder worden uitgegeven. De publieke omroep zou nog maar één televisiezender en twee radiozenders overeind kunnen houden. Dat heeft de partij maandag 19 april gemeld. In het verkiezingsprogramma is echter geen woord te vinden over de publieke omroep. De partij wil de 'zondagsrust' herstellen.

Partij voor de Dieren: Wij wensen een versterking van de publieke omroep en het opheffen van de levensbeschouwelijke 2.42 omroepen. Er moet een stelsel van promotie en degradatie komen waarbij de toegewezen zendtijd en programmamiddelen behalve met ledental een directe relatie krijgen met de geleverde prestaties. Op alle zenders komt een volledig reclameverbod voor alcoholische dranken.

Trots op Nederland: Het publieke omroepbestel wordt teruggebracht naar één televisie- en één radiozender. In 2009 werd door de Rijksoverheid € 843 miljoen uitgegeven aan de publieke omroep (inclusief de Wereldomroep -red.). Het terugbrengen van het aantal publieke televisiezenders en het aantal radiozenders tot één levert een besparing op van naar schatting € 530 miljoen.

PvdA: De publieke omroep wordt met rust gelaten. Ook de voetbalrechten dienen bij de publieke omroep te blijven. Verder moeten wettelijke beperkingen verdwijnen die samenwerking tussen omroepen en dagbladen nu bemoeilijken. De partij rept niet over bezuinigingen op de publieke omroep. De publieke omroep is de eerst aangewezene voor het uitzenden van grote sportevenementen en voetbal.

VVD: De liberale partij VVD vindt 2 publieke radiozenders genoeg om de publieke taak uit te voeren. Op andere zenders kan dan worden bezuinigd. Ook zou er van deze partij één publiek televisienet mogen verdwijnen. De NPO heeft echter eerder plannen voor nóg meer uitbreiding want naast de nationale zenders zijn er plannen voor de levensbeschouwelijke radiozender Radio 7.

CDA: De partij wil geen wezenlijke veranderingen binnen de publieke omroep doorvoeren. Wel moeten de kleine levensbeschouwelijke omroepen opgaan in de grotere ledengebonden organisaties. Het CDA hecht aan een brede publieke omroep die stevig is verankerd in de samenleving. Het Nederlandse bestel biedt ook een stevige verankering in de samenleving.

GroenLinks: Als het aan GroenLinks ligt wordt het verzuilde omroepbestel afgeschaft. Dat staat in het verkiezingsprogramma van de partij. GroenLinks vindt verder dat twee publieke tv-zenders voldoende is waarbij netredacties de programmering bepalen, net als krantenredacties dat nu doen. Hun autonomie wordt in de wet vastgelegd, meldt de partij.

ChristenUnie: De partij wil de drie publieke televisiezenders ongemoeid laten, maar wel bezuinigen bij de Wereldomroep en de omroeporkesten. Ook moet de centrale rol van de NPO worden beperkt. De ChristenUnie stelt bovendien voor bij alle 23 publieke omroepen een 'ombudsman' aan te stellen. Het Media Expertisecentrum moet de 'mediavervuiling' door de omroepen aanpakken.

D66: De democraten willen het budget van de publieke omroep met 100 miljoen verlagen. Taken van de Wereldomroep kunnen wat D66 betreft worden voortgezet door de NOS. De partij vindt dat programma's met culturele of nieuwswaarde, onderzoeksjournalistiek en de orkesten behoren tot de kerntaken van een publieke omroep.

SP: De media vormen een bron van vermaak, maar ook van informatie en confrontatie van opvattingen. Voor een vrije en democratische samenleving is het van belang dat de media niet geheel afhankelijk worden van de commercie. Omroepen worden niet alleen afgerekend op hun ledenaantal, maar ook op de waardering van de programma's. Er komt een onafhankelijke kijkwijzer.

Bron: Broadcast Magazine


 


 

Terug naar overzicht